Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 23 april 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). № 39/65/58 M. 1942 28/5
Afschrift
No. 223 L. M. 1942
[Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Isaac Blom, geboren 3 Maart 1902, wonende Linnaeusstraat 74 hs, bij beschikking dd. 30 December 1939, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van bloemen, op den openbaren weg, het verhoogde voetpad van den Tugelaweg, onmiddellijk tegen het wagengebouwtje van de Brandweer, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 23 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een administratieve vastlegging van de intrekking van een marktvergunning. De tekst is zakelijk en formeel. Opvallend is de terugwerkende kracht van de intrekking: het besluit is genomen in april 1942, maar gaat officieel in op 13 januari 1942.
De vergunninghouder, Isaac Blom, woonde in de Linnaeusstraat en had een bloemenstal aan de Tugelaweg in de Transvaalbuurt. De ondertekenaar, Voûte, was de door de Duitse bezetter aangestelde burgemeester. Hoewel de reden voor intrekking niet expliciet in de tekst staat, wijzen de datum en de Joodse achternaam van de betrokkene direct op de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Vanaf 1941 vaardigde de Duitse bezetter steeds strengere verordeningen uit om Joden uit het economische leven te bannen.
In januari 1942 (de datum waarop deze intrekking inging) werd de registratie en uitsluiting van Joodse ondernemers en marktkooplieden geïntensiveerd. De Tugelaweg lag in de Transvaalbuurt, een wijk die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van de 'Joodse wijken'. Door vergunningen van Joodse standplaatshouders in te trekken, werd hen hun bron van inkomsten ontnomen.
Isaac Blom, de genoemde bloemenverkoper, staat geregistreerd in archieven als slachtoffer van de Holocaust; hij werd in 1943 vermoord in het vernietigingskamp Sobibor. Dit document markeert een vroege stap in het proces van onteigening en uiteindelijke deportatie.