Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam. 39/65/72 [handgeschreven] 20/5 [handgeschreven] MW [handgeschreven]
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.
[Wapen van Amsterdam]
[Onleesbare handgeschreven aantekening/handtekening]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM, (2) [omcirkeld]
Heeft goedgevonden de aan
Isaac S w a r t,
geboren 19 December 1888, wonende Vrolikstraat 114 I bij beschikking d.d. 16 Juni 1941, No.1007 L.M. 1940 verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van haring, zuurwaren, gerookte, gestoomde, gedroogde en gezouten visch op den openbaren weg, het verhoogde voetpad van de Ruyschstraat, onmiddellijk tegen den gevel van perceel Ruyschstraat 105, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VM
Amsterdam,
12 MEI 1942 [stempel] 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voute [stempel]
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel]
K 350 Dit document is een formeel administratief besluit van de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de tekst is de intrekking van de vergunning van Isaac Swart voor zijn viskraam in de Ruyschstraat.
Wat opvalt is de bureaucratische precisie: de vergunning die nog geen jaar eerder (juni 1941) was verleend, wordt met terugwerkende kracht tot januari 1942 ingetrokken. Het document is ondertekend (per stempel) door Edward Voute, de regeringscommissaris/burgemeester die door de bezetter was aangesteld, en gemeentesecretaris Franken. De vermelding "VM" linksonder de hoofdtekst verwijst waarschijnlijk naar de afdeling 'Vervoer en Markten'. Dit document is een direct bewijsstuk van de economische vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Ruyschstraat en de Vrolikstraat lagen in de Oosterparkbuurt, een wijk met op dat moment een grote Joodse gemeenschap.
Vanaf begin 1941 werden Joodse ondernemers systematisch uit het economische leven geweerd. In januari 1942 (de datum waarop de intrekking formeel inging) werden de maatregelen tegen Joodse straathandelaren en marktkooplieden drastisch aangescherpt. Door hun vergunning in te trekken, werd hen hun middel van bestaan ontnomen. Dit proces was vaak een voorbode van de fysieke deportatie. Uit oorlogsarchieven (zoals Joods Monument) blijkt dat Isaac Swart in juli 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor.