Officieel afschrift van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 15 april 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). Nº 39/65/77 M. 1942 20/5
Afschrift
Nº 23 L. M. 1932
[Wapen van Amsterdam]
De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
Overwegende dat het gewenscht is, de aan Isaac Beesemer, geboren 10 Juli 1888, wonende Veeteeltstraat 93 hs, bij beschikking dd. 30 December 1939, no. 754 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van haring en zuurwaren, op den openbaren weg, het onbestrate gedeelte, gelegen naast den toegangsweg van de Weesperzijde naar het Tuindorp Watergraafsmeer, achter en op 1.50 M afstand van den rijweg, in te trekken ;
Heeft goedgevonden de bovenvermelde vergunning, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 15 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document markeert het einde van de legale beroepsuitoefening van Isaac Beesemer als visverkoper in Amsterdam-Oost. De vergunning, die oorspronkelijk eind 1939 was verleend, gaf hem het recht een standplaats in te nemen nabij Tuindorp Watergraafsmeer.
Opvallend is de administratieve precisie: hoewel het besluit op 15 april 1942 is getekend, wordt bepaald dat de intrekking met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitse bezetter benoemde burgemeester van Amsterdam. De term "overwegende dat het gewenscht is" verhult de werkelijke, discriminerende reden achter het besluit. Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 en 1942 voerden de Duitse bezetter en de collaborerende overheid tal van verordeningen in om Joodse burgers uit het economische leven te bannen. Isaac Beesemer was een Joodse Amsterdammer.
De datum van 13 januari 1942 sluit aan bij de periode waarin de laatste Joodse straat- en marktkooplieden hun vergunningen moesten inleveren. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Isaac Beesemer later dat jaar is weggevoerd. Hij werd op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord, samen met zijn gezin. Dergelijke ambtelijke documenten vormden de bureaucratische voorfase van de uiteindelijke deportaties: het stapsgewijs ontnemen van bezit, inkomen en bewegingsvrijheid.