Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 496
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/beschikking van de Gemeente Amsterdam.

20 december 1942. Van: De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte).

Origineel

Officiële brief/beschikking van de Gemeente Amsterdam. 20 december 1942. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). L.M. [doorgehaald]

Nº 464/I/66 M. 1942 31/12 [paars stempel]

479 [handgeschreven]
ges [onleesbaar] 9/1 [handgeschreven]

Aan
den heer A.de Bruyn,
Oude Schans 26,
A_L_H_I_E_R(C).

L.M. 70/202
-1942-

20 December 1942.

Naar aanleiding van Uw verzoek om een vergunning voor den ver-
koop van gekookte mosselen, derhalve feitelijk voor een mosselentoewij-
zing, deel ik U mede, dat ik dat verzoek van de hand wijs, aangezien
U nimmer in den mosselenhandel bent werkzaam geweest en de geringe
aanvoer geen uitbreiding van het aantal mosselenhandelaars wettigt.
vM

De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte

de Gemeentesecretaris,
get. J H. van Beuren l.s.

[Handgeschreven onderaan:]
mosselencombinatie
Ter kennisneming v 8 2/43 [handtekening/paraf] * Administratieve context: Het document is een formeel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. De veelheid aan stempels, referentienummers ("L.M. 70/202") en handgeschreven aantekeningen wijst op een strikt bureaucratisch proces voor de regulering van de handel.
* Inhoudelijke redenatie: De aanvraag wordt op twee gronden afgewezen: het gebrek aan ervaring van de aanvrager in de specifieke branche ("nimmer in den mosselenhandel bent werkzaam geweest") en de economische situatie van schaarste.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en juridisch-bestuurlijk van aard (bijv. "derhalve feitelijk", "van de hand wijs", "wettigt"). Het gebruik van de 'n' in "den mosselenhandel" is typerend voor de toenmalige spelling.
* Ondertekening: De brief is namens de burgemeester ondertekend. Edward Voûte was de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. De toevoeging "(get.)" betekent 'getekend', wat aangeeft dat dit een officieel afschrift of een door de secretaris getekende kopie van het originele besluit is. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse realiteit van de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam. Door de oorlogsomstandigheden was er sprake van grote schaarste en een distributiesysteem. De overheid reguleerde wie wat mocht verkopen om de beperkte voorraden (in dit geval mosselen) te beheren. De term "mosselentoewijzing" duidt erop dat een vergunning niet alleen het recht gaf om te verkopen, maar ook een recht op een deel van de schaarse aanvoer inhield. De afwijzing illustreert de economische uitsluiting en de strikte handhaving van beroepsgrenzen in een tijd waarin veel burgers probeerden een nieuw inkomen te vinden door de oorlogsschaarste.

Samenvatting

  • Administratieve context: Het document is een formeel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. De veelheid aan stempels, referentienummers ("L.M. 70/202") en handgeschreven aantekeningen wijst op een strikt bureaucratisch proces voor de regulering van de handel.
  • Inhoudelijke redenatie: De aanvraag wordt op twee gronden afgewezen: het gebrek aan ervaring van de aanvrager in de specifieke branche ("nimmer in den mosselenhandel bent werkzaam geweest") en de economische situatie van schaarste.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en juridisch-bestuurlijk van aard (bijv. "derhalve feitelijk", "van de hand wijs", "wettigt"). Het gebruik van de 'n' in "den mosselenhandel" is typerend voor de toenmalige spelling.
  • Ondertekening: De brief is namens de burgemeester ondertekend. Edward Voûte was de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. De toevoeging "(get.)" betekent 'getekend', wat aangeeft dat dit een officieel afschrift of een door de secretaris getekende kopie van het originele besluit is.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse realiteit van de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam. Door de oorlogsomstandigheden was er sprake van grote schaarste en een distributiesysteem. De overheid reguleerde wie wat mocht verkopen om de beperkte voorraden (in dit geval mosselen) te beheren. De term "mosselentoewijzing" duidt erop dat een vergunning niet alleen het recht gaf om te verkopen, maar ook een recht op een deel van de schaarse aanvoer inhield. De afwijzing illustreert de economische uitsluiting en de strikte handhaving van beroepsgrenzen in een tijd waarin veel burgers probeerden een nieuw inkomen te vinden door de oorlogsschaarste.

Gerelateerde Documenten 6