Getypte brief / ambtelijk schrijven
Origineel
Getypte brief / ambtelijk schrijven 29 juni 1942 De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visafslag) [Handgeschreven rechtsboven: Extra]
VB/HG.
46A/243/4 M.
1
29 Juni 1942.
Klacht A.C.J. Schindeler
over gepelde garnalen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 28 Mei jl. onder No. 487 L.M. om advies ontvangen stuk, heb ik de eer U te berichten, dat als regel de aan den Gemeentelijken Vischafslag aangevoerde visch, dus ook garnalen, voordat de verkoop plaats vindt, door een keurmeester wordt gekeurd. Adressant wijst er in zijn brief op, dat de oorzaak van het snel bederven der door hem gekochte garnalen hoofdzakelijk moet worden gezocht in een minder zorgvuldige behandeling in de pellerijen.
Ik geef U daarom in overweging de betreffende klacht door te zenden naar de Nederlandsche Visscherijcentrale te 's-Gravenhage, ook omdat opzet van de pellerijen in dezen, teneinde de verdeeling aan den afslag alhier tegen te werken, naar mijn meening niet als uitgesloten moet worden geacht.
De Directeur, In deze brief reageert de directeur van de visafslag op een klacht van een burger (A.C.J. Schindeler) over de kwaliteit van gekochte gepelde garnalen die snel bedierven. De directeur bevestigt dat alle vis normaliter door een keurmeester wordt gecontroleerd voor de verkoop.
De kern van de brief is de verdenking dat de garnalenpellerijen de garnalen opzettelijk slecht behandelen. De directeur suggereert dat dit mogelijk een vorm van sabotage is om de lokale distributie via de afslag te dwarsbomen ("tegen te werken"). Hij adviseert de wethouder daarom om de klacht te escaleren naar de landelijke instantie: de Nederlandsche Visscherijcentrale in Den Haag. Het document dateert uit juni 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via distributiesystemen en bonnen.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in het beheer van de schaarse middelen in de stad. De opmerking over "opzet" en het "tegenwerken" van de verdeling moet gezien worden in het licht van de economische spanningen en mogelijke zwarte handel of verzet tegen de gecentraliseerde distributieregels van de bezetter. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" was de door de bezetter ingestelde instantie die de gehele visserijsector controleerde. Typerend voor de tijd is de formele, ambtelijke toon ondanks de ernstige beschuldiging van opzettelijk bederf.