Intern memorandum / Ambtelijke brief.
Origineel
Intern memorandum / Ambtelijke brief. 13 juni 1942. In de marge (linksboven, rood potlood): Inschr.
In de marge (rechtsboven): 586
Directie Marktwezen.
De vischandelaars, J. Tal en M. Koning, hebben mij medegedeeld dat zij op Woensdag 10 Juni in opdracht van een politieagent hun partij gerookte aal, die zij op de hun toegewezen plaats Ten Katestraat hadden aangevoerd, vóór en in het politieposthuis Borgerstraat moesten verkoopen.
Het publiek dat in de Ten Katestraat stond te wachten was daarover zeer ontstemd.
Het is m.i. niet overeenkomstig de desbetreffende voorschriften dat de politie opdracht geeft op een niet door den Burgemeester aangewezen plaats te verkoopen. Deze aangelegenheid heb ik telefonisch den Inspecteur medegedeeld.
Amsterdam, 13 Juni 1942.
[Signatuur: W. Hij.]
Linksonder (stempel en inkt):
Nº 46a/317/1 M. 1942 %
Rechtsonder (handgeschreven notitie):
Opbergen
nader met
politie be-
sproken
12-6-'42
dkt * Toestand: Het document is goed leesbaar, geschreven in een zakelijk en duidelijk handschrift op officieel papier van de gemeente.
* Inhoud: De ambtenaar beklaagt zich over het feit dat een politieagent eigenmachtig heeft besloten dat twee vishandelaren hun waar (gerookte aal) moesten verplaatsen van de reguliere marktlocatie (Ten Katestraat) naar het politiebureau aan de Borgerstraat. Dit veroorzaakte onrust onder het wachtende publiek. De schrijver benadrukt dat de politie hiermee haar bevoegdheden te buiten gaat, aangezien alleen de burgemeester marktplaatsen mag aanwijzen.
* Interpretatie van data: Hoewel de brief gedateerd is op 13 juni, verwijst de schrijver naar de gebeurtenissen van "Woensdag 10 Juni" (in 1942 viel 10 juni inderdaad op een woensdag). De kanttekening rechtsonder lijkt echter "12-6-'42" te vermelden, wat suggereert dat de afhandeling van het dossier mogelijk sneller ging dan de formele datering van de brief, of dat er een verschrijving is gemaakt in de administratieve verwerking. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (juni 1942). In deze tijd was de voedselvoorziening schaars en strikt gereguleerd. De verkoop van gewilde producten zoals gerookte aal leidde vaak tot lange rijen en sociale spanningen.
De frictie tussen de 'Directie Marktwezen' en de politie is typerend voor deze periode: de politie greep vaak hardhandig in om de openbare orde te handhaven of om zelf controle uit te oefenen op de distributie van schaarse goederen, waarbij de civiele procedures (zoals de marktverordeningen van de burgemeester) soms werden genegeerd. De Ten Katemarkt was (en is) een centrale plek in Amsterdam-West; het feit dat het publiek "zeer ontstemd" was, wijst op de grote behoefte aan voedsel en de irritatie over willekeur. De namen van de handelaren, J. Tal en M. Koning, zijn terug te vinden in archieven van Amsterdamse marktkooplieden uit die tijd. De vischandelaars J. Tal en M. Koning; een ongenoemde politieagent; een ongenoemde Inspecteur.