Officiële brief / sanctiebericht.
Origineel
Officiële brief / sanctiebericht. 23 oktober 1942. De Directeur (vermoedelijk van de distributiedienst of een aanverwante voedselvoorzieningsinstantie in Amsterdam). [Handgeschreven, midden boven:] Verzonden 23/10
[Handgeschreven, rechtsboven:] [onleesbaar, mogelijk paraaf of "Verzonden"]
HG.
46A/321/121a M.
23 October 1942.
den Heer R. Jonker,
Hasebroekstraat 94 II,
Amsterdam-West.
Wijk 12.
Mij is gerapporteerd, dat U op 13 October jl. Uw toewijzing gerookte visch hebt overgedaan aan den vischkoopman H. Hinse, waardoor U de bepalingen van het Tweede Uitvoerings-besluit van het Visscherijbesluit 1941 hebt overtreden.
In verband met dit feit sluit ik U hierbij met ingang van 26 October e.s. voorloopig van de verdeeling van visch uit, terwijl ik aan den Burgemeester de vraag heb voorgelegd, of U voor langeren termijn behoort te worden gestraft.
De Directeur, De toon van de brief is strikt zakelijk en bestraffend. De kern van de zaak is een overtreding van de distributieregels tijdens de bezettingsjaren. De heer Jonker heeft zijn toegewezen portie gerookte vis niet zelf geconsumeerd, maar overgedragen aan een professionele viskoopman (H. Hinse). In een tijd van schaarste en strikte rantsoenering werd dergelijk handelen gezien als illegale handel of begunstiging, wat de eerlijke verdeling van schaarse middelen ondermijnde.
De sanctie is direct: Jonker wordt met onmiddellijke ingang ("e.s." staat voor eerstvolgende) uitgesloten van de visvoorziening. Dat de zaak aan de Burgemeester is voorgelegd voor een eventuele zwaardere straf, duidt erop dat de autoriteiten dergelijke overtredingen hoog opnamen om het zwarte circuit in te dammen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Gedurende deze tijd was bijna alles op de bon, inclusief vis. Het "Visscherijbesluit 1941" was een van de vele regelingen die door de bezetter en de collaborerende overheid werden ingevoerd om de productie en consumptie volledig te beheersen.
De adresvermelding "Wijk 12" en de straatnaam bevestigen dat het hier om een lokale Amsterdamse kwestie gaat. De distributiekantoren hielden nauwlettend toezicht op de naleving van de regels; fraude of het 'doorschuiven' van bonnen of goederen kon leiden tot uitsluiting van voedselvoorziening, geldboetes of in ernstigere gevallen zelfs detentie. De brief illustreert de bureaucratische controle op het dagelijks leven van burgers tijdens de hongerwinterjaren die zouden volgen, hoewel deze specifieke brief uit het relatief 'mildere' 1942 stamt.