Politierapport of proces-verbaal van verhoor (handgeschreven klad of doorslag).
Origineel
Politierapport of proces-verbaal van verhoor (handgeschreven klad of doorslag). 30 november 1942 (genoemd in de tekst). [Links bovenin:] ook: Hendrik Bon geb 28 Mei 1878,
wonende te Huizen N.H. Schoolstraat 3
Mijn gereedschap opbergt, werd ook den ondervraagde om deze verklaring:
"Ik heb nu of eerder geen schermen gezien bij de afkomst van Assink. Ik heb met Vermeulen samen een kistje gekeurd van het Marktwezen. Een enkele keer moet er wel eens wat neergezet voor een ander, ook wel een jonge meneer of Gorter van Assink."
's Maandags te ongeveer 14 uur spraken wij met G.H. Assink.
Die verklaarde: "Ik heb met Bram Tammer een kist schermen meegegeven, die moest Vermeulen, die knecht bij mij is, van de wagen halen en in de hal brengen. Ik heb die kist schermen, die ik als overwicht had van een levering aan de "Wehrmacht" naar Amsterdam laten brengen met de bedoeling deze in een opslag te laten brengen en daar verkoopen."
Hierna hebben wij nog eenige malen Vermeulen gehoord die op onze vraag of zijn eerste verklaring juist was, steeds ontwijkende antwoorden gaf en verder steeds tegenstrijdige antwoorden gaf, en het licht lieten vallen op het Bureau Warmoesstraat (op 30/11-42) met een aanwijzing:
"Het kan wel dat Assink heeft gezegd dat die kist in de hal moest worden gebracht, dat weet ik niet meer. Toen U maandag mij ondervroeg was ik erg zenuwachtig, omdat ik nog nooit met de politie of zoo iets te maken heb gehad. Dan zeg je wel eens dingen die later niet meer uitkomen gaan."
Gezien de zeer onbetrouwbare indruk die Vermeulen heeft gemaakt om zijn vele, vaak herroepen verklaringen, hebben wij den indruk dat Vermeulen buiten medeweten van Assink [tekst breekt af] Het document betreft een verslag van een rechercheonderzoek naar de handel in goederen die bestemd waren voor of overgebleven zijn van de Duitse bezettingsmacht (Wehrmacht). De kern van de zaak draait om een kist "schermen" die Assink claimt als "overwicht" (surplus) te hebben behouden na een levering.
Er is sprake van een tegenstelling tussen de verklaringen van de werkgever (Assink) en de knecht (Vermeulen). Vermeulen gedraagt zich tijdens het verhoor op het beruchte Bureau Warmoesstraat verdacht en inconsistent. De verbalisanten concluderen aan het eind van de pagina dat Vermeulen onbetrouwbaar is en mogelijk op eigen houtje handelde, of althans zaken verzweeg. De toon van het rapport is zakelijk maar oordelend over de geloofwaardigheid van de getuige. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een bloeiende zwarte handel in goederen. Het feit dat de goederen afkomstig waren van een levering aan de Wehrmacht maakte de zaak extra precair; diefstal of verduistering van goederen die voor het Duitse leger bestemd waren, werd door de bezetter zwaar gestraft.
Het Bureau Warmoesstraat in Amsterdam was tijdens de oorlog een centrale plek voor de Nederlandse politie, die onder supervisie van de Duitse autoriteiten stond. De vermelding van het "Marktwezen" duidt op de regulering van goederenstromen in een tijd van schaarste en distributie. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse corruptie, grijze handel en de druk waaronder burgers en personeel stonden tijdens politieverhoren in oorlogstijd.