Handgeschreven ambtelijke notitie / memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / memo. (Linksboven, oudste tekst)
Th. v. Duinhoven,
overtreding is gecon-
stateerd op 7 Dec ’42
m.i. kan thans geen
p. m. [pro memorie] worden
opgemaakt.
Politie zal
hier zeker
bezwaren
maken.
[Paraaf] 19/2 ’43
(Diagonaal over het midden)
Th. Müller,
wat is er gebeurd met
de opbrengst van de
in beslag genomen visch?
[Paraaf] 19/2 ’43
(Rechtsonder, latere toevoeging)
op 19/2 1943
werd uitbetaald
aan Bureau
Prijsbeheersching
comp. [comptabiliteit]
f 1.01.
= 10.4 [?]
[Paraaf]
(Onderaan de rand)
m.i. [mijns inziens?] bergen d. [datum] 22/2 ’43 Het document is een schoolvoorbeeld van een kleine administratieve "trail" uit de Tweede Wereldoorlog.
1. De Overtreding: In december 1942 is een overtreding geconstateerd bij een zekere Th. v. Duinhoven. De aard van de overtreding wordt niet expliciet genoemd, maar uit de rest van de tekst blijkt dat het om vishandel gaat.
2. Bureaucratische Discussie: Op 19 februari 1943 merkt een ambtenaar op dat er geen 'pro memorie' post (een herinneringspost voor de boekhouding) kan worden gemaakt omdat de politie waarschijnlijk bezwaar zal maken.
3. De Navraag: Op diezelfde dag vraagt iemand (mogelijk een superieur) aan een zekere "Th. Müller" wat er met het geld van de in beslag genomen vis is gebeurd.
4. De Afwikkeling: Er wordt gerapporteerd dat de opbrengst (slechts 1 gulden en 1 cent) is afgedragen aan het Bureau Prijsbeheersing.
5. Archivering: Op 22 februari 1943 wordt voorgesteld het document op te bergen ("bergen"), waarschijnlijk in het archief te Bergen (Noord-Holland), gezien de context. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er sprake van een strikte distributie en prijsbeheersing om de schaarste te beheersen en de zwarte markt tegen te gaan. Het Bureau Prijsbeheersing hield toezicht op de naleving van de vastgestelde prijzen. Overtredingen, zoals de illegale verkoop van vis of verkoop boven de vastgestelde maximumprijs, werden streng bestraft. In beslag genomen goederen werden verkocht en de opbrengst vloeide naar de staatskas (of de bezetter). Dit documentje toont de uiterst secure (en soms triviale, gezien het bedrag van f 1,01) wijze waarop zelfs de kleinste economische delicten administratief werden vastgelegd.