Proces-verbaal / Getuigenverklaring van een opsporingsambtenaar.
Origineel
Proces-verbaal / Getuigenverklaring van een opsporingsambtenaar. 1 december 1942. Getuige [onleesbaar] verklaarde als volgt:
"Op Dinsdag den 1sten December 1942 te ± 16.45 bevond
ik mij, in burger, belast met de controle op de naleving der
verordening op den openbaren weg "de Beurspassage"
gelegen binnen de gemeente Amsterdam.
Op genoemden tijd en plaats zag en hoorde ik dat aldaar
op den openbaren weg een mij onbekend persoon ventte met
pakjes gerookte sprot, welke hij in een kistje onder zijn arm
met zich voerde. Dat venten bleek mij uit het feit dat hij
luidkeels riep - Versche sprot, kwartje een pakje. -
Na mij te hebben bekend gemaakt als ambtenaar van het
Marktwezen der Gemeente Amsterdam, door het vertoonen van
mijn Ambtspenning met lint, waarnaar ik zijn vergun-
ning hiervoor ter inzage, waaraan hij niet kon voldoen,
daar hij deze niet bezat.
Bedoeld persoon gaf mij op genaamd te zijn
(verdachte) – Hendrikus Michiel Trommels
geb. te Amsterdam, 10 Februari 1919 Nat: Nederlander
wonende te Amsterdam O.Z. Achterburgwal 59, p/a
Logement Vonk, van beroep kleermaker.
Verdachte verklaarde verder nog de sprot te hebben ontvangen
van een hem onbekend IJmuidervisscher die hem gevraagd
had deze te verkoopen.
Ik heb de nog aanwezige pakjes gerookte sprot, totaal 8
stuks, samen wegende 0.4 kg in beslag genomen en ter
plaatse verkocht voor fl 0.26 p. 100 gram, daar de Gemeente
Vischafslag gesloten was.
De opbrengst is door mij gedeponeerd bij het Marktwezen
der Gemeente Amsterdam.
Verdachte had op de door hem voor fl 0.25 p pakje van
± 50 gram gerookte sprot geen prijsaanduiding aangebracht,
terwijl door mij werd geconstateerd dat hij voor een door
hem verkocht pakje à 50 gram gerookte sprot fl 0.25 ontving." Dit document is een ambtelijk verslag van een opsporing door een ambtenaar van het Amsterdamse 'Marktwezen'. De essentie van de overtreding is tweeledig:
1. Venten zonder vergunning: De verdachte verkocht vis op de openbare weg zonder de benodigde papieren.
2. Prijs- en distributieovertreding: In oorlogstijd was de handel in levensmiddelen streng gereguleerd. Het ontbreken van een prijsaanduiding en het verkopen buiten de officiële visafslag om waren strafbare feiten.
De ambtenaar werkte "in burger" (niet geüniformeerd) om handelaren op heterdaad te kunnen betrappen. Opvallend is dat de in beslag genomen vis direct ter plaatse is doorverkocht door de ambtenaar, omdat de officiële afslag al gesloten was, waarna de opbrengst in de gemeentekas is gestort. Het document dateert uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode heerste er toenemende schaarste aan voedsel. De zwarte handel en illegale straatverkoop tierden welig, omdat veel producten enkel nog 'op de bon' (via distributiestamkaarten) verkrijgbaar waren tegen vastgestelde prijzen.
De "Beurspassage" was (en is) een drukke verbinding tussen het Damrak en de Nieuwendijk, een strategische plek voor illegale handel. De verdachte, een 23-jarige kleermaker die in een logement aan de Oudezijds Achterburgwal verbleef, probeerde waarschijnlijk zijn inkomen aan te vullen door vis van een IJmuidense visser door te verkopen. Dit soort kleine economische delicten werd door de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse politie streng gecontroleerd om de grip op de voedselvoorziening te behouden.