Handgeschreven verzoekschrift (brief).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (brief). Ongedateerd, vermoedelijk uit de periode van de Eerste Wereldoorlog (gezien de schaarste en het systeem van voedseldistributie). Heeren der Commissie voor verdeeling (waarschijnlijk de Commissie voor de Vischverdeeling). Heeren . der Comm v. v: verdeeling
Hiermede vraag ik uw beleefd.
Om mij op de lijst, voor een gezocht.
aal toewijzing te plaatsen..
Daar ik er doch ook Recht op heb.
Want ik was zes a zeven weken.
geleden bij mijnheer d. Haan.
op zijn Kantoor, En die zou het voor.
mij wel in orde maken.
Maar, ik heb er nog steeds. niets
van gehoord.
Dus heeren, ik hoop dat uw mijn.
verzoch. inwillegd.
Bij voorbaat. mijn dank.
afz. H. Ter. Voort. Jr.
Brouwersgracht. 161 II.
[Aantekening in rode inkt: 46a/462/2]
[Aantekening in potlood: afw]
P.S. Ik sprak. kort geleden mijn Heer.
Gootjes er over aan, Maar toen zei.
hij tegen mijn, Om dat ik zei dat ik niet
alleen van die 20 pond aal kan bestaan.
Dat aal niet voor de verdienste is, maar.
voor. 't publiek. Wat ik direct toe geef.
Maar waarvan moet ik dan van bestaan.
Want ik heb ook een vrouw en kind. De brief is een verzoek van H. Ter Voort Jr. om opgenomen te worden op een lijst voor "aal toewijzing" (paling-distributie). De schrijver uit zijn frustratie over het uitblijven van actie nadat hij zes tot zeven weken eerder een toezegging had gekregen van een zekere mijnheer De Haan.
In het postscriptum wordt een conflict met een ambtenaar (mijnheer Gootjes) beschreven over de aard van de toewijzing. Gootjes stelt blijkbaar dat de 20 pond paling die Ter Voort ontvangt bedoeld is voor de algemene voedselvoorziening ("voor 't publiek") en niet om winst mee te maken ("niet voor de verdienste"). Ter Voort voert hiertegen aan dat hij als handelaar wel degelijk een inkomen nodig heeft om zijn gezin te onderhouden.
Het handschrift en de spelling (zoals "inwillegd", "verzoch" en het gebruik van "mijn" in plaats van "mij") duiden op een schrijver met een eenvoudige achtergrond, vermoedelijk een kleine zelfstandige vishandelaar uit de Jordaan die door de oorlogsomstandigheden en distributiemaatregelen in financiële nood is gekomen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) bleef Nederland neutraal, maar leed het land zwaar onder internationale blokkades. Dit leidde tot grote tekorten aan brandstof en voedsel. De overheid stelde distributiecommissies in om schaarse goederen zoals brood, aardappelen en vis eerlijk te verdelen tegen vastgestelde prijzen.
De "20 pond aal" in de brief verwijst naar een specifiek quotum. De discussie over "verdienste" versus "publiek belang" was destijds een heet hangijzer: de overheid wilde woekerprijzen voorkomen, terwijl handelaren probeerden te overleven ondanks de prijscontroles. De potloodnotitie "afw" (waarschijnlijk een afkorting voor afgewezen) suggereert dat het verzoek van Ter Voort uiteindelijk niet werd ingewilligd. H. Ter P.S. Ik