Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie). 21 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen), Amsterdam. Den Heer W.F.H. Zijl, Bilderdijkkade 2, Amsterdam-West. [Rechtsboven handgeschreven in blauwe inkt:] W. Müller
[Rechtsboven getypt:] HG.
[Midden boven handgeschreven in paars potlood:] Verzonden 21/5
[Getypt:] den Heer W.F.H. Zijl,
Bilderdijkkade 2,
Amsterdam-West.
Wijk 12.
53/53/5 M. 1 21 Mei 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 19 April jl. bericht
ik U, dat de Burgemeester van Amsterdam heeft besloten U restitutie
van reeds betaald entréegeld te verleenen tot een bedrag van f 7,-.
Tegen overlegging van bijgaande kwitantie, die door U
voor voldaan moet zijn geteekend, kunt U over vorenvermeld bedrag
beschikken bij den kassier van mijn dienst, op het hoofdkantoor Jan
van Galenstraat no.14, Amsterdam-West.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven van een Amsterdamse gemeentelijke dienst aan een burger, de heer W.F.H. Zijl. De kern van de brief is de mededeling dat een verzoek om terugbetaling (restitutie) van 7 gulden aan "entréegeld" is goedgekeurd door de burgemeester.
De ontvanger wordt geïnstrueerd om een bijgevoegde kwitantie te ondertekenen en zich daarmee te vervoegen bij de kassier op het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat 14 om het geld te innen. De toon is zakelijk en ambtelijk, kenmerkend voor de correspondentie van die tijd. De handgeschreven aantekening "Verzonden 21/5" dient als administratieve bevestiging van de verzenddatum. De brief is gedateerd op 21 mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de door de bezetter aangestelde Edward Voûte.
Het genoemde adres, Jan van Galenstraat 14, was (en is nog steeds) de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam. Dit suggereert dat de "Directeur" verbonden was aan de Dienst Marktwezen. De restitutie van "entréegeld" zou betrekking kunnen hebben op toegangsgelden voor de markt of een gerelateerde faciliteit. Hoewel 7 gulden tegenwoordig een klein bedrag lijkt, was de koopkracht in 1942 aanzienlijk groter (vergelijkbaar met ongeveer 50-60 euro nu), wat verklaart waarom men de moeite nam om hierover te corresponderen en een officieel besluit van de burgemeester nodig was.
Dit document biedt een inkijkje in de voortzetting van de reguliere civiele bureaucreatie tijdens de oorlogsjaren, waarbij alledaagse financiële afhandelingen tussen de gemeente en haar burgers gewoon doorgang vonden. W.F.H. Zijl Marktwezen