Archief 745
Inventaris 745-388
Pagina 70
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte rapportage-pagina (waarschijnlijk uit een proefschrift of officieel landbouwverslag).

Mei 1942.

Origineel

Getypte rapportage-pagina (waarschijnlijk uit een proefschrift of officieel landbouwverslag). Mei 1942. - 31 -

De vruchten werden op 5/1/'42 en 17/3/'42 gecontroleerd. Bij de zeer donkerroode exemplaren viel er geen verschil in houdbaarheid te constateeren tusschen de met groeistof behandelde boomen en de contrôles; evenmin was dit het geval bij de roode vruchten. Zelfs op 17 Maart waren er aan de vruchten, welke met een concentratie van 50 mgr/L (bij deze groep de hoogste concentratie) waren gespoten, geen reeele verschillen.
Een groep van vruchten, welke gedeeltelijk geel, gedeeltelijk rood van kleur waren, werd bespoten met α Naphtyl-azijnzuur tot een concentratie van 200 mgr/L toe!!
Ook hierbij waren in de bewaarbaarheid geen reeële verschillen te constateeren.
Wel was het opmerkelijk, dat de vruchten, welke een behandeling met groeistof in een concentratie van 50-100 mgr/L ontvingen, iet of wat rijper aandeden, terwijl die, welke een bespuiting van 150 mgr/L en 200 mgr/L hadden ondergaan zeer kennelijk rijper aandeden en aroma hadden ontwikkeld, terwijl alle overigen, tengevolge van den vroegen pluk een knollige smaak bleven behouden.

2. Lemoenappel.
Twee bewaarproeven bij Lemoenappel, de een met appels afkomstig van den Rijkstuinbouwconsulent te Zutphen, Ir. Honig, de andere van dem Rijkstuinbouwconsulent te Geldermalsen, Ir. J.D.Gerritsen, deden zien, dat met groeistof bespoten vruchten kunnen worden opgeslagen in het koelhuis. Slechts hebben wij in de vruchten, welke uit de omgeving van Zutphen kwamen, aanwijzingen gevonden, dat de groeistofbespuiting van nadeeligen invloed zal kunnen zijn in verband met het optreden van steelrot. Aan deze kwestie zal in een volgend seizoen echter nog speciaal de aandacht moeten worden besteed.

Wageningen, Mei 1942.
Ir.J.H.M. van Stuivenberg. * Inhoud: Het document beschrijft de resultaten van bewaarproeven met appels die behandeld zijn met groeistoffen (specifiek α-naftaleenazijnzuur, in de tekst vermeld als Naphtyl-azijnzuur). De proeven onderzochten of deze stoffen invloed hadden op de houdbaarheid en de rijping.
* Bevindingen: Bij lage concentraties waren er nauwelijks verschillen met de controlegroep. Bij hogere concentraties (150-200 mgr/L) werd een duidelijkere rijping en aroma-ontwikkeling waargenomen, wat een positief effect was vergeleken met de "knollige smaak" van onbehandelde, vroeg geplukte vruchten.
* Risico's: Er wordt een mogelijk verband gesuggereerd tussen de groeistofbehandeling en de ontwikkeling van "steelrot", specifiek bij appels uit de regio Zutphen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige spelling (vóór de hervorming van 1947), zichtbaar in woorden als "donkerroode", "constateeren", "den vroegen" en "nadeeligen". De term "iet of wat" is een archaïsche vorm van "iets of wat". Dit document stamt uit mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting ging het landbouwkundig onderzoek in Wageningen door. Ir. J.H.M. van Stuivenberg was een expert op het gebied van de fysiologie van vruchten en deed destijds baanbrekend onderzoek naar het gebruik van plantenhormonen om de oogst en bewaring te optimaliseren.

De genoemde "Rijkstuinbouwconsulenten" (Ir. Honig en Ir. Gerritsen) waren regionale overheidsfunctionarissen die toezagen op de kwaliteit en efficiëntie van de tuinbouw. Het onderzoek was van groot belang voor de voedselvoorziening en de exportpositie van Nederland, aangezien een betere bewaring van fruit de verspilling tegenging. De vermelding van "koelhuizen" duidt op de modernisering van de fruitsector in die periode.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document beschrijft de resultaten van bewaarproeven met appels die behandeld zijn met groeistoffen (specifiek α-naftaleenazijnzuur, in de tekst vermeld als Naphtyl-azijnzuur). De proeven onderzochten of deze stoffen invloed hadden op de houdbaarheid en de rijping.
  • Bevindingen: Bij lage concentraties waren er nauwelijks verschillen met de controlegroep. Bij hogere concentraties (150-200 mgr/L) werd een duidelijkere rijping en aroma-ontwikkeling waargenomen, wat een positief effect was vergeleken met de "knollige smaak" van onbehandelde, vroeg geplukte vruchten.
  • Risico's: Er wordt een mogelijk verband gesuggereerd tussen de groeistofbehandeling en de ontwikkeling van "steelrot", specifiek bij appels uit de regio Zutphen.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige spelling (vóór de hervorming van 1947), zichtbaar in woorden als "donkerroode", "constateeren", "den vroegen" en "nadeeligen". De term "iet of wat" is een archaïsche vorm van "iets of wat".

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting ging het landbouwkundig onderzoek in Wageningen door. Ir. J.H.M. van Stuivenberg was een expert op het gebied van de fysiologie van vruchten en deed destijds baanbrekend onderzoek naar het gebruik van plantenhormonen om de oogst en bewaring te optimaliseren.

De genoemde "Rijkstuinbouwconsulenten" (Ir. Honig en Ir. Gerritsen) waren regionale overheidsfunctionarissen die toezagen op de kwaliteit en efficiëntie van de tuinbouw. Het onderzoek was van groot belang voor de voedselvoorziening en de exportpositie van Nederland, aangezien een betere bewaring van fruit de verspilling tegenging. De vermelding van "koelhuizen" duidt op de modernisering van de fruitsector in die periode.

Locaties

Wageningen.

Gerelateerde Documenten 6