Doorslag van een ambtelijke kennisgeving/aanmaning.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke kennisgeving/aanmaning. 11 juni 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-dienst in Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] W. [onleesbaar]
[Stempel rechtsboven:] HG. (omringd door een cirkel met het getal 21)
85/1/18 M. 11 Juni 1942.
Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 6 Juni jl.
terzake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een bedrag
van $f$ aan mijn dienst verschuldigd was.
Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag binnen
vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn dienst,
bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen de U ver-
leende vergunning in te trekken.
De Directeur,
Gezonden aan:
J.Fleijsman, Lindengracht 158 I $f$ 1,51
[Handgeschreven links:] 11/6 giro f 20.- - J.Schuitenvoerder & Zn., Waterlooplein 47 " 4,73
J.Jongbloed, Brouwersgracht 131 " 1,21
[Handgeschreven links:] 11/6 Kas f 7.50 A.J.Roger, Lindengracht 256 " 4,15
[Handgeschreven links:] 11/6 Kas f 7.50 M.Vos, Bonairestraat 103 II " 3,91 Dit document is een formele aanmaning gestuurd aan vijf marktkooplieden die op 6 juni 1942 hun standplaatsgelden niet hebben voldaan. De toon is streng en bureaucratisch; de ontvangers krijgen slechts vier dagen de tijd om de relatief kleine bedragen (variërend van 1,21 tot 4,73 gulden) te voldoen. Indien er niet op tijd betaald wordt, dreigt de directeur met een voordracht aan het gemeentebestuur om hun vergunning in te trekken.
De handgeschreven aantekeningen in de kantlijn lijken latere administratieve verwerkingen te zijn, mogelijk van betalingen via de giro of de kas op de dag van verzending zelf (11 juni). Het document dateert uit juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde locaties (Lindengracht, Waterlooplein, Brouwersgracht) situeren dit document in Amsterdam.
Deze periode is historisch cruciaal: in de zomer van 1942 begon de grootschalige deportatie van Joodse burgers vanuit Nederland. De markt op het Waterlooplein was van oudsher een plek met veel Joodse handelaren. Namen als Schuitenvoerder en Fleijsman waren veelvoorkomende namen binnen de Amsterdamse Joodse gemeenschap. In deze context kan een dergelijke ambtelijke aanmaning en de dreiging met intrekking van de vergunning gezien worden als onderdeel van de toenemende administratieve druk en uitsluiting waaraan Joodse burgers en ondernemers in die jaren werden blootgesteld. Zelfs kleine administratieve verzuimen konden grote gevolgen hebben voor hun laatste bronnen van inkomst.