Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 222
Dossier 27
Jaar 1942
Stadsarchief

Dienstbrief / Betalingsherinnering (doorslag/kopie)

9 juli 1942 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-dienst in Amsterdam)

Origineel

Dienstbrief / Betalingsherinnering (doorslag/kopie) 9 juli 1942 De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-dienst in Amsterdam) [Rechtsboven handgeschreven in potlood:] W. Müller
[Rechtsboven stempel/getypt:] HB.
[Midden boven handgeschreven in inkt/potlood:] Verzonden 9/7

85/1/23 M. 9 Juli 1942.

Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U terzake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een bedrag van f aan mijn dienst verschuldigd is.
Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag binnen vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn dienst, bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen de U verleende vergunning in te trekken.

De Directeur,

Gezonden aan:
F.Wayeret, 1e Van der Helststraat 19, Amsterdam-Zuid. f 3,42
W.C.Marcus, Govert Flinckstraat 206, Amsterdam-Zuid f 4,51
A.J.Roger, Lindengracht 256, Amsterdam-Centrum f 3,19 Dit document is een ambtelijke aanmaning gericht aan drie marktkooplieden in Amsterdam. De toon is formeel en dwingend: indien de schuld (voor het plaatsen van kramen) niet binnen vier dagen wordt voldaan, wordt gedreigd met het intrekken van de marktvergunning.

Opvallend is de administratieve efficiëntie: er is één standaardtekst gebruikt voor meerdere schuldenaars, waarbij de specifieke namen en de (relatief kleine) bedragen onderaan de brief zijn getabelleerd. De bedragen variëren tussen de 3,19 en 4,51 gulden. De handgeschreven aantekening "Verzonden 9/7" duidt op de administratieve verwerking op de dag van datering. De datum van dit document, 9 juli 1942, plaatst de brief in een uiterst beladen historische context tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Slechts enkele dagen na het verzenden van deze brief, op 14 juli 1942, vonden in Amsterdam de eerste grote razzia's plaats en begonnen de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking naar Westerbork.

In deze periode waren Joodse marktkooplieden al grotendeels uitgesloten van de reguliere markten en gedwongen om op speciale "Joodse markten" te staan (zoals op het Waterlooplein en het Gaaspstraat-marktje). Namen zoals 'Marcus' en 'Roger' kunnen duiden op Joodse Amsterdammers die in deze periode onder enorme druk stonden. Terwijl de vervolging en deportatie in alle hevigheid losbarstten, ging de gemeentelijke bureaucratie van het Marktwezen ogenschijnlijk onverstoord door met het innen van kleine marktgelden en het dreigen met vergunningsintrekkingen. Het document illustreert de "banaliteit" van de bureaucratie tijdens de bezettingsjaren.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke aanmaning gericht aan drie marktkooplieden in Amsterdam. De toon is formeel en dwingend: indien de schuld (voor het plaatsen van kramen) niet binnen vier dagen wordt voldaan, wordt gedreigd met het intrekken van de marktvergunning.

Opvallend is de administratieve efficiëntie: er is één standaardtekst gebruikt voor meerdere schuldenaars, waarbij de specifieke namen en de (relatief kleine) bedragen onderaan de brief zijn getabelleerd. De bedragen variëren tussen de 3,19 en 4,51 gulden. De handgeschreven aantekening "Verzonden 9/7" duidt op de administratieve verwerking op de dag van datering.

Historische Context

De datum van dit document, 9 juli 1942, plaatst de brief in een uiterst beladen historische context tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Slechts enkele dagen na het verzenden van deze brief, op 14 juli 1942, vonden in Amsterdam de eerste grote razzia's plaats en begonnen de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking naar Westerbork.

In deze periode waren Joodse marktkooplieden al grotendeels uitgesloten van de reguliere markten en gedwongen om op speciale "Joodse markten" te staan (zoals op het Waterlooplein en het Gaaspstraat-marktje). Namen zoals 'Marcus' en 'Roger' kunnen duiden op Joodse Amsterdammers die in deze periode onder enorme druk stonden. Terwijl de vervolging en deportatie in alle hevigheid losbarstten, ging de gemeentelijke bureaucratie van het Marktwezen ogenschijnlijk onverstoord door met het innen van kleine marktgelden en het dreigen met vergunningsintrekkingen. Het document illustreert de "banaliteit" van de bureaucratie tijdens de bezettingsjaren.

Gerelateerde Documenten 6