Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 345
Dossier 7
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie/onderzoeksverslag.

2 november 1942.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie/onderzoeksverslag. 2 november 1942. 1º Hoeveel kramen heeft hij in bezit - hoeveel karren
2º Op welke markt of markten verhuurt hij dit materiaal
3º Wat is zijn aandeel in het totaal van de overige kramen
en karren die verhuurd worden op de overige markten. -
4º In 't algemeen dient te worden onderzocht of hij inderdaad
zoo belangrijk is dat bij zijn wegvallen de overige markten
worden ontwricht.

5º Men zegt dat Krammen alleen op Gaaspstraat verhuurt en dan
nog maar 16 kramen op een totaal aantal kramen aldaar
van --- stuks. - en een totaal aantal kramen van --- op
alle overige markten tezamen. -

Krammen plaatste kramen & karren in de week van

20 Sept - 26 Sept Waterlooplein { 17 van de 76
Gaaspstraat { 90 " " 217

27 Sept - 3 October Waterloo { 21 " " 91
Gaasp { 121 " " 273

4 - 10 October Waterloo { 28 " " 105
Gaasp { 115 " " 243

11 - 17 October Waterloo { 24 " " 105
Gaasp { 149 " " 280

Telef. medegedeeld aan Heer Wismeijer 2 Nov. '42

Markthallen 28154

Waterlooplein -
Gaaspstraat -
Joubertstraat -
Minervaplein - * Inhoud: Het document is een kwantitatieve analyse van de marktpositie van een zekere "Krammen". Er wordt specifiek gekeken naar het aantal kramen en karren dat deze persoon verhuurt op diverse markten in Amsterdam.
* Onderzoeksvraag: De kernvraag (punt 4) is of de persoon "onmisbaar" is voor het functioneren van de markten. De term "wegvallen" in de context van 1942 is veelzeggend en duidt meestal op de aanstaande deportatie of arrestatie van een (vaak Joodse) ondernemer. De administratie onderzocht of de economische schade van het verwijderen van deze persoon acceptabel was.
* Gegevens: De tabel toont een stijgende trend in het aandeel van Krammen op de markt in de Gaaspstraat (van 90 naar 149 kramen in een maand tijd). * Tweede Wereldoorlog: De datum (november 1942) valt midden in de periode van grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam.
* Joodse Markten: De genoemde locaties zijn cruciaal. De Gaaspstraat en Joubertstraat waren vanaf september 1941 aangewezen als specifieke "Joodse markten" waar Joodse kooplieden en klanten naartoe werden gedwongen. Het Waterlooplein was van oudsher het centrum van de Joodse handel.
* Administratieve controle: Tijdens de bezetting hield de gemeente Amsterdam (vaak onder druk of toezicht van de bezetter) nauwgezet toezicht op de marktvoorzieningen. De "Heer Wismeijer" in de tekst verwijst naar J.C. Wismeijer, die een hoge functie bekleedde bij de Amsterdamse Marktdienst en nauw betrokken was bij de organisatie van deze gesegregeerde markten.
* Sperre-verzoeken: Dergelijke onderzoeken werden vaak uitgevoerd om te bepalen of iemand een 'Sperre' (vrijstelling van deportatie vanwege economisch belang) kon krijgen of behouden. De conclusie hier lijkt te suggereren dat Krammen een aanzienlijk deel van de kramen op de Gaaspstraat (de Joodse markt) beheerde, wat hem op dat moment mogelijk "onmisbaar" maakte voor de voedselvoorziening/ordening aldaar. J.C. Wismeijer Gemeente Amsterdam

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een kwantitatieve analyse van de marktpositie van een zekere "Krammen". Er wordt specifiek gekeken naar het aantal kramen en karren dat deze persoon verhuurt op diverse markten in Amsterdam.
  • Onderzoeksvraag: De kernvraag (punt 4) is of de persoon "onmisbaar" is voor het functioneren van de markten. De term "wegvallen" in de context van 1942 is veelzeggend en duidt meestal op de aanstaande deportatie of arrestatie van een (vaak Joodse) ondernemer. De administratie onderzocht of de economische schade van het verwijderen van deze persoon acceptabel was.
  • Gegevens: De tabel toont een stijgende trend in het aandeel van Krammen op de markt in de Gaaspstraat (van 90 naar 149 kramen in een maand tijd).

Historische Context

  • Tweede Wereldoorlog: De datum (november 1942) valt midden in de periode van grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam.
  • Joodse Markten: De genoemde locaties zijn cruciaal. De Gaaspstraat en Joubertstraat waren vanaf september 1941 aangewezen als specifieke "Joodse markten" waar Joodse kooplieden en klanten naartoe werden gedwongen. Het Waterlooplein was van oudsher het centrum van de Joodse handel.
  • Administratieve controle: Tijdens de bezetting hield de gemeente Amsterdam (vaak onder druk of toezicht van de bezetter) nauwgezet toezicht op de marktvoorzieningen. De "Heer Wismeijer" in de tekst verwijst naar J.C. Wismeijer, die een hoge functie bekleedde bij de Amsterdamse Marktdienst en nauw betrokken was bij de organisatie van deze gesegregeerde markten.
  • Sperre-verzoeken: Dergelijke onderzoeken werden vaak uitgevoerd om te bepalen of iemand een 'Sperre' (vrijstelling van deportatie vanwege economisch belang) kon krijgen of behouden. De conclusie hier lijkt te suggereren dat Krammen een aanzienlijk deel van de kramen op de Gaaspstraat (de Joodse markt) beheerde, wat hem op dat moment mogelijk "onmisbaar" maakte voor de voedselvoorziening/ordening aldaar.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt Gaaspstraat (Joodse Markt) Joubertstraat (Joodse Markt) Minervaplein (Joodse Markt) Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6