Handgeschreven verzoekschrift voor een marktstandplaats.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift voor een marktstandplaats. 4 april 1942. M. v. Baaren, Weesperstraat 96 I, Amsterdam. Nº 103/33/1 M. 1942
A’Dam 4 April ’42
7/4
Weled: Heer;
Ondergetekende doet U een be-
leefd doch dringend verzoek
omtrent het volgende;
Ik zou beleefd willen verzoeken
in aanmerking te mogen
komen om een standplaats
in te mogen nemen met
ijs op de markt aan de
Gaaspstraat of op de markt
Waterlooplein. Ondergetekende
was in het bezit van een
ventvergunning Serie C.Z. 101.
Hopende op een gunstig resul-
taat Uwentijds, tekent hij.
U inmiddels beleefd bij
voorbaat dankend
Hoogachtend
M v Baaren
Weesperstraat 96 I
Amsterdam * Inhoud: De schrijver, M. van Baaren, verzoekt de gemeente (of de marktmeester) om een standplaats voor de verkoop van consumptie-ijs op de markt aan de Gaaspstraat of het Waterlooplein. Hij onderbouwt zijn verzoek door te verwijzen naar een eerder verleende ventvergunning (Serie C.Z. 101).
* Taalgebruik: Het schrijven is opgesteld in een zeer formele, bijna onderdanige stijl die gebruikelijk was voor officiële correspondentie in die tijd ("Weled: Heer", "Ondergetekende", "bij voorbaat dankend").
* Urgentie: Ondanks de beleefde toon omschrijft de afzender het verzoek als "dringend", wat duidt op de noodzaak om in het eigen levensonderhoud te voorzien. * Oorlogstijd en Jodenvervolging: De datum (april 1942) en het adres (Weesperstraat) zijn zeer betekenisvol. De Weesperstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In deze periode van de Duitse bezetting werden Joodse burgers steeds verder uit het openbare leven verdrongen.
* Joodse Markten: Vanaf eind 1941 mochten Joden alleen nog handel drijven op specifiek aangewezen Joodse markten. De Gaaspstraat en het Waterlooplein waren locaties waar dergelijke markten werden ingericht. Dit verklaart de specifieke keuze voor deze locaties in het verzoek.
* Personalia: De ondertekenaar is vermoedelijk Meijer van Baaren. Gezien de context van de tijd en de locatie is dit document een stille getuige van de pogingen van Joodse Amsterdammers om ondanks de beperkende maatregelen van de bezetter hun dagelijks brood te blijven verdienen. Veel bewoners van de Weesperstraat zijn later gedeporteerd; dergelijke documenten in stadsarchieven zijn vaak de laatste bureaucratische sporen van hun leven in de stad. M. van Baaren