Getypte brief (doorslag of origineel met handgeschreven toevoeging).
Origineel
Getypte brief (doorslag of origineel met handgeschreven toevoeging). 7 juli 1943. Een anonieme huismoeder (moeder van zes kinderen). [Doorgehaalde tekst: ~~De groentehandelaar is verplicht direct na ontvangst van de groenten~~]
2e De groentehandelaren zijn verplicht om hetgeen zij ontvangen ook in hun verkoopsruimte te etaleren en indien deze te klein is, naar verhouding van de hoeveelheid die ontvangen wordt, van elke groentesoort een evenredig deel uit te stallen en onmiddellijk uit den ontvangen voorraad aan te vullen, die in een ander deel van de zaal is gestapeld.
3e Zoo mogelijk moet er een bepaling worden gemaakt, waarbij naar de groote van het gezin men recht heeft op een bepaalde hoeveelheid groente in ponden uitgedrukt.
In elk geval moet het streng verboden worden groenten uit te dragen, buiten de verkoopsuren te verkoopen en vooral moet er streng de hand aan worden gehouden, dat er verkocht wordt tegen den vastgestelden prijs.
Indien, hetzij wegens een onheusche bejegening of door welke omstandigheid ook, een klant van groentehandelaar wil veranderen, dan moet hem in dezelfde buurt een ander worden toegewezen, terwijl deze toewijzing zonder veel formaliteiten moet gepaard gaan, zoodat men in 24 uur een anderen groentehandelaar krijgt en deze is verplicht, indien hem een door de politie gestempelde kaart wordt getoond, den nieuwen klant op dezelfde wijze te beleveren als zijn overige klanten.
Met het oog op het feit, dat de rantsoenen der overige levensmiddelen zeer beperkt zijn en men hoofdzakelijk op groenten en aardappelen is aangewezen, terwijl ook deze hoeveelheden niet geheel in de behoeften voorzien, zou het een zegen zijn, indien U, Mijnheer de Burgemeester de in dezen brief vervatte grieven aan een ernstig onderzoek wilt onderwerpen en een verbetering brengen in den bestaanden toestand, waaronder de geheele bevolking van Uw stad lijdt.
Ik leg er den nadruk op, dat het mij met dezen brief volstrekt niet daarom te doen is om de twee genoemde onder de vele groentehandelaren en ook dezen niet moeilijkheden of schade te veroorzaken. Integendeel niemand zou er mede gediend zijn, indien men b.v. voor straf de winkels van deze of andere heeren voor een tijd zou sluiten, want daardoor zou de nood nog veel grooter worden. Er moeten in tegendeel correctieve maatregelen worden genomen, waardoor de voedselvoorziening niet lijdt b.v. door het plaatsen van een politiepost voor de deur van bepaalde groentehandelaren, die onder verdenking staan zich tegen de verordening te bezondigen of die op heeter daad zijn betrapt of over wie van een of meer zijden ernstige klachten binnen komen. Een dergelijke correctieve maatregel zou wonderen doen. De man zou dan niet meer durven om anders te handelen dan hem is voorgeschreven en, indien hij een tijdje in het gareel loopt, kan af en toe een contrôle worden uitgeoefend. Wordt dan gevonden, dat hij niet naar behooren heeft gehandeld, komt hij weer onder toezicht te staan van een politie-controleur, desnoods plus een gevoelige boete. Een dergelijke maatregel zou instructief werken op de anderen, die nog niet zijn gesnapt.
Aangezien ik moeder ben van zes kinderen en ik het voorloopig beter vind tot dat deze zaak geregeld is om onbekend te blijven, aangezien het anders kan gebeuren, dat de groentehandelaar mij geen groente meer verkoopt en mijn kinderen dan verstoken zijn, heb ik er de voorkeur aan gegeven dezen brief niet te onderteekenen. Aangezien mijn schrijven echter niet als insinuatie is bedoeld doch om U op misstanden attent te maken, die voor verbetering vatbaar zijn en die ook dringend verbeterd moeten worden, geloof ik, dat het voor U onverschillig zal zijn, of mijn naam bekend is of niet.
Hopende, dat dit schrijven voor U aanleiding moge zijn om in het belang niet slechts van mij doch van alle huismoeders aan deze misstanden een eind te maken, verblijf ik met de meeste hoogachting een huismoeder.
A-dam 7 Juli 1943.
De Wethouder voor de Levensmiddelen enz. stelt deze in handen van den Heer Directeur van het Marktwezen ter kennisneming. A-dam 7 Juli 1943.
Kennisgenomen, De Directeur van het Marktwezen. w.g. C.F. Sixma. Deze brief is een indringend verzoek van een Amsterdamse burger aan het stadsbestuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schrijfster kaart de corruptie en de gebrekkige handhaving aan bij groentehandelaren. Haar belangrijkste punten zijn:
1. Zichtbaarheid van voorraad: Handelaren moeten alles uitstallen om te voorkomen dat ze groenten achterhouden voor de zwarte markt of begunstigde klanten.
2. Rantsoenering per gezinsgrootte: Ze pleit voor een eerlijke verdeling op basis van het aantal gezinsleden.
3. Vrije keuze van handelaar: Burgers moeten makkelijk kunnen overstappen als ze slecht behandeld worden, zonder bureaucratische rompslomp.
4. Handhaving zonder sluiting: Ze adviseert de politie in te zetten voor toezicht in plaats van winkels te sluiten, omdat sluiting de voedselvoorziening voor de buurt nog verder in gevaar brengt.
De toon is respectvol maar beslist, en de anonimiteit van de schrijfster onderstreept de kwetsbaarheid van burgers die afhankelijk waren van lokale winkeliers voor hun primaire levensbehoeften. In juli 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland precair. Hoewel de beruchte Hongerwinter pas later zou volgen, waren veel producten al schaars en op de bon. Groenten en aardappelen waren voor veel gezinnen de enige resterende bron van voeding, aangezien vlees en andere luxeartikelen nagenoeg onbereikbaar waren.
Groentehandelaren hadden in deze periode een machtige positie. Misstanden zoals "onder de toonbank" verkopen tegen woekerprijzen of het voortrekken van bepaalde klanten kwamen veelvuldig voor. De Amsterdamse Dienst van het Marktwezen, onder leiding van C.F. Sixma (die onderaan de brief wordt genoemd), was verantwoordelijk voor het toezicht op de markten en de distributie. Dat de brief via de wethouder direct bij de directeur van het Marktwezen terechtkwam, toont aan dat de autoriteiten dergelijke signalen over de publieke moraal en de voedselvoorziening serieus namen, ook al was de speelruimte onder de Duitse bezetting beperkt.