Administratieve notitie/correspondentie.
Origineel
Administratieve notitie/correspondentie. 2 december 1942. hun nieuwe entree kaarten komen te
halen, op te vangen. Een der controleurs
komt derhalve vrijwel geheel ter be-
schikking van den bedrijfchef; de
overblijvende ambtenaar, die niet de
gehele maand met de entreegelden
bemoeiingen zal hebben, doch die toch op
het kaartenkantoor aanwezig zal dienen
te zijn (omdat ook in de loop van de
maand betalingen kunnen worden ver-
richt of nieuwe kaarten moeten worden
uitgeschreven), kan met andere ad-
ministratieve werkzaamheden der
bedrijfsleiding worden belast, waardoor een
der controleurs, die hiermede thans
is belast, wellicht weer voor den
wachtdienst kan worden vrijge-
maakt.
Wij geven U in overweging hierover
een en ander het oordeel in te winnen
van den bedrijfchef der C.M.
A'dam, 2/12 1942
De Bureauchef [handtekening] De Boekhouder De tekst bevat een voorstel voor een efficiëntere inzet van het personeel dat verantwoordelijk is voor de administratie van entreegelden en kaarten. De kernpunten zijn:
* Vrijmaken van personeel: Door taken te verschuiven, kan één controleur volledig ter beschikking van de bedrijfschef worden gesteld.
* Gecombineerde taken: Een ambtenaar die op het kaartenkantoor aanwezig moet blijven voor incidentele zaken (zoals nieuwe kaarten of tussentijdse betalingen), kan extra administratief werk voor de bedrijfsleiding verrichten.
* Wachtdienst: Deze reorganisatie heeft als doel een andere controleur te ontlasten, zodat deze weer ingezet kan worden voor de "wachtdienst".
* Besluitvorming: Er wordt geadviseerd om voor de definitieve beslissing het oordeel van de bedrijfschef van de "C.M." (Centrale Markthallen) te vragen. Het document dateert uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van "C.M." in Amsterdam verwijst vrijwel zeker naar de Centrale Markthallen. In deze periode was een strakke organisatie van de voedseldistributie en toegang tot marktterreinen essentieel.
De behoefte om personeel vrij te maken voor "wachtdienst" is typerend voor de oorlogstijd, waarin bewaking en toezicht op vitale infrastructuur en goederenstromen een hoge prioriteit hadden. De formele toon en de ondertekening door zowel de bureauchef als de boekhouder wijzen op de bureaucratische nauwkeurigheid die destijds binnen gemeentelijke instellingen werd gehanteerd, zelfs voor interne personele verschuivingen.