Archief 745
Inventaris 745-400
Pagina 486
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke nota (concept).

Origineel

Ambtelijke nota (concept). Nota i.z. de betalingen op de Centrale Markt van huren en plaats-gelden. (2 x in concept)

Ingevolge opdracht van U en den Gem. Adviseur v. Voedings- en Distributie-aangelegenheden hebben ondergetekenden de eer U hierbij aan te bieden een nota in zake de betalingen van huren der pakhuizen en plaatsgelden der plaatsen door grossiers, gevestigd op de Centrale Markt.

Vanaf de opening der markt in 1934 is de inning van bovenbedoelde gelden opgedragen aan de controleurs, dienstdoende op de C.M. Slechts een klein gedeelte der grossiers is gewend om door middel van bank of giro het verschuldigde op de girorekening der C.M. over te schrijven; momenteel de rest, nl. van [leeg] grossiers wordt geïnd op de C.M.

[In de linker marge:]
T Deze inning vindt als volgt plaats (boekhoudig onnodig omslachtig) op de markt

Het inningsapparaat is evenwel reeds belangrijk ingekrompen, doordat de tuinders sedert Mei 1941 niet meer zelfstandig een plaats op de markt bezetten, doch aan de Veiling moeten aanvoeren. Hierdoor is de inning van ± 300 tuinders vervallen. Thans zijn nog een aantal controleurs gedurende een gedeelte van den dag met de inning der huren en plaatsgelden belast.

Hoewel vroeger, vanaf de opening der markt, meermalen over ~~eventueele wijziging~~ [ingevoegd: is gesproken] ~~der~~ in de wijze der boven~~voorschreven~~ [ingevoegd: omschreven] inning nimmer verandering gebracht en wel voornamelijk op door het argument der bedrijfsleiding. De tekst beschrijft een administratieve kwestie betreffende de geldstroom op een Centrale Markt (zeer waarschijnlijk die van Amsterdam). Sinds de opening in 1934 werden huren en gelden fysiek door controleurs op de markt zelf geïnd.

Er worden twee belangrijke ontwikkelingen geschetst:
1. Digitalisering/Modernisering: Een poging om grossiers over te laten stappen van contante betaling naar bank- of giro-overschrijvingen.
2. Schaalverkleining: Door een wijziging in mei 1941 zijn circa 300 tuinders weggevallen als directe betalers omdat zij verplicht via de Veiling moeten aanvoeren. Dit biedt een aanleiding om het 'inningsapparaat' (de inzet van controleurs voor administratieve taken) te herzien.

De tekst bevat veel correcties, wat duidt op een conceptfase waarbij geworsteld wordt met de juiste formulering van de argumentatie richting de bedrijfsleiding. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De term "Gem. Adviseur v. Voedings- en Distributie-aangelegenheden" duidt op de strakke organisatie van de voedselvoorziening en distributie tijdens de oorlogsjaren. De vermelding dat tuinders vanaf mei 1941 verplicht aan "de Veiling" moeten aanvoeren, past in de historische context van de gelijkschakeling en centralisatie van de landbouwsector door de bezetter (onder het directoraat-generaal voor de Voedselvoorziening). De Centrale Markt fungeerde in deze periode als een cruciaal knooppunt voor de gecontroleerde verspreiding van schaarse levensmiddelen.

Samenvatting

De tekst beschrijft een administratieve kwestie betreffende de geldstroom op een Centrale Markt (zeer waarschijnlijk die van Amsterdam). Sinds de opening in 1934 werden huren en gelden fysiek door controleurs op de markt zelf geïnd.

Er worden twee belangrijke ontwikkelingen geschetst:
1. Digitalisering/Modernisering: Een poging om grossiers over te laten stappen van contante betaling naar bank- of giro-overschrijvingen.
2. Schaalverkleining: Door een wijziging in mei 1941 zijn circa 300 tuinders weggevallen als directe betalers omdat zij verplicht via de Veiling moeten aanvoeren. Dit biedt een aanleiding om het 'inningsapparaat' (de inzet van controleurs voor administratieve taken) te herzien.

De tekst bevat veel correcties, wat duidt op een conceptfase waarbij geworsteld wordt met de juiste formulering van de argumentatie richting de bedrijfsleiding.

Historische Context

Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De term "Gem. Adviseur v. Voedings- en Distributie-aangelegenheden" duidt op de strakke organisatie van de voedselvoorziening en distributie tijdens de oorlogsjaren. De vermelding dat tuinders vanaf mei 1941 verplicht aan "de Veiling" moeten aanvoeren, past in de historische context van de gelijkschakeling en centralisatie van de landbouwsector door de bezetter (onder het directoraat-generaal voor de Voedselvoorziening). De Centrale Markt fungeerde in deze periode als een cruciaal knooppunt voor de gecontroleerde verspreiding van schaarse levensmiddelen.

Gerelateerde Documenten 3