Handgeschreven verslag of ambtelijke correspondentie (pagina 2).
Origineel
Handgeschreven verslag of ambtelijke correspondentie (pagina 2). dat de markt voor den oorlog
des morgens om 9 uur was ge-
eindigd en de grossiers vóór dat
uur reeds van de markt waren ver-
dwenen. ^(en naar de veiling waren, om hun inkoopgelden te doen.) De wensch van de boekhouding
om de betalingen op het Hoofdkan-
toor te doen plaatsvinden, kon daardoor
niet in vervulling gaan, omdat op het
moment, dat de groothandel van de
markt vertrok het Hoofdkantoor nog
niet was geopend. Voorts vreesde men, dat
wanneer de grossiers werden verplicht om op
het Hoofdkantoor te betalen, hierdoor een
regelmatige inning zou worden verstoord, om-
dat de grossiers niet de moeite zouden nemen
om naar kantoor te komen.
Dit nu, is naar onze meening,
zuiver een kwestie van opvoeding, van ge-
woonte. Wanneer men niet beter wist,
zou niemand eenige verwondering toonen
wanneer de betreffende gelden uitsluitend
op het Hoofdkantoor konden worden betaald.
Dit blijkt trouwens wel bij de betaling der
entreegelden; het bet. kantoor hiervan
is direct naast het Hoofdkantoor ge-
legen en alle handelaren moeten aldaar
hun entreegeld betalen, voordat zij toegang
tot de markt kunnen krijgen. Hierbij
moet echter wel worden vermeld, dat
de groothandelaren hier slechts één-
maal per jaar behoeven te komen, om-
dat zij allen jaarkaarten hebben.
~~Om een te goed overzicht te geven van de~~
~~het maandelijksche per dag van de huren~~
~~en plaatsgelden~~ gebruikend naar
de data ~~van~~, verspreid over een maand. De tekst behandelt een logistiek en administratief probleem betreffende de geldstroom bij een markt of veiling. De kern van het probleem is een mismatch in tijd: de boekhouding wil dat betalingen op het hoofdkantoor worden gedaan, maar wanneer de grossiers (groothandelaren) klaar zijn met hun werk (vóór 9 uur 's ochtends), is het hoofdkantoor nog gesloten.
Er wordt een argument gevoerd over gedragsverandering: de schrijver stelt dat het een kwestie van "opvoeding" en "gewoonte" is. Als men het nooit anders gewend was, zouden de handelaren niet klagen over de gang naar het hoofdkantoor. Als bewijs wordt aangehaald dat entreegelden al wel bij een specifiek kantoor naast het hoofdkantoor worden betaald, al wordt direct de nuance geplaatst dat groothandelaren daar slechts eenmaal per jaar hoeven te zijn vanwege hun jaarkaarten.
De tekst bevat opvallend veel correcties onderaan de pagina, wat duidt op een concepttekst waarbij de auteur worstelde met de formulering van de rapportage over huren en plaatsgelden. Dit document lijkt deel uit te maken van een evaluatie of reorganisatieplan van een gemeentelijke markt of een veilinggebouw in Nederland. Gezien de termen "grossiers", "veiling", "inkoopgelden" en "plaatsgelden" gaat het om de handel in versproducten (zoals groente, fruit of bloemen). De verwijzing naar "vóór den oorlog" en de spelling (zoals "meening", "maandelijksche") plaatst het document in de eerste helft van de 20e eeuw. De auteur neemt een sturend standpunt in: de administratieve efficiëntie (betalen op het hoofdkantoor) moet zwaarder wegen dan het gemak van de handelaren.