Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 28 april 1943. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. De Directeur van den Dienst van het Marktwezen. No. 37/50/4 M. 1943 29/4
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 220 -1943-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 28 April 1943.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
In antwoord op Uw schrijven van 15 April j.l., No.37/50/3 M betreffende de toelating in den groente- en fruithandel van een zekeren L. Hart, die thans gedetineerd is en sinds 1926 23 maal is veroordeeld o.a. voor diefstal, treinroof, verzet, doch hoofdzakelijk wegens het deelnemen aan en gelegenheid geven tot hazardspel, bericht ik U, dat ik het volstrekt ongewenscht acht, dat een dergelijke man in den groente- en fruithandel zou komen, daar de verleiding voor hem veel te groot is.
Ik verzoek U dan ook Hart, in antwoord op zijn schrijven mede te deelen, dat het niet mogelijk is hem te helpen.
VM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
[Handtekening: P. Steenhoff]
Aan
den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
--- * Inhoud: Het document is een formele afwijzing van een verzoek tot toelating tot de groente- en fruithandel. De aanvrager, de heer L. Hart, wordt op morele en juridische gronden ongeschikt geacht voor het beroep.
* Argumentatie: De wethouder baseert zijn oordeel op het uitgebreide strafblad van Hart: 23 veroordelingen in 17 jaar tijd (sinds 1926). De aard van de delicten (diefstal, treinroof en illegaal gokken) weegt zwaar. De wethouder vreest dat de handel in levensmiddelen, destijds een sector met veel informele geldstromen en schaarste, een te grote "verleiding" vormt voor een recidivist.
* Terminologie: Het woord "verzet" in de opsomming van delicten duidt in deze context vrijwel zeker op 'wederspannigheid' (verzet tegen de politie bij arrestatie) en niet op politiek verzet tegen de bezetter, gezien de rest van het criminele rijtje en de begindatum van 1926.
* Administratieve kenmerken: De brief bevat diverse archiefstempels en handgeschreven potloodnotities (o.a. het dossiernummer 37/50), wat duidt op een zorgvuldig bijgehouden dossier binnen het gemeentelijk apparaat.
--- * Tijdsbeeld: Het document dateert van april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de gemeente onder toezicht stond van de bezetter, bleef de dagelijkse bureaucratie en de regulering van de handel in handen van Nederlandse ambtenaren.
* Schaarste en Controle: Tijdens de oorlogsjaren was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via distributiesystemen. Toegang tot de handel in levensmiddelen was een privilege waarvoor een bewijs van goed gedrag essentieel was. De overheid wilde voorkomen dat "onbetrouwbare elementen" de zwarte handel zouden stimuleren.
* De aanvrager: De achternaam "Hart" was in Amsterdam veelvoorkomend onder de Joodse bevolking. Indien de heer L. Hart Joods was, bevond hij zich in april 1943 in een uiterst precaire situatie (de grootschalige deportaties waren in volle gang). De zakelijke toon van de brief gaat volledig voorbij aan de bredere maatschappelijke terreur van die tijd en focust puur op de criminele antecedenten.