Getypte brief of rapport (pagina 2 van een meerdelig stuk).
Origineel
Getypte brief of rapport (pagina 2 van een meerdelig stuk). 1942 (vermeld in de tekst). - 2 -
no. 945 L.M. 1942). Overigens deel ik U nog mede, dat indertijd door mij is bepaald, dat met het oog op het gebrek aan transportmiddelen en de verplichting tot het spoedig lossen der wagons, het aan de grossiers op de Centrale Markt is toegestaan tijdelijk goederen en emballage op niet in gebruik zijnde plaatsen neer te zetten, hetgeen dus ook kan gebeurd zijn met de plaatsen die indertijd door adressant werden bezet. Als verkoopplaatsen zijn deze plaatsen echter nimmer aan andere grossiers uitgegeven, zulks in tegenstelling met de pakhuizen van grossiers, wier zaken gesloten zijn, welke uitsluitend als verkoopgelegenheid aan andere grossiers worden verhuurd, tegen vergoeding ten bate van den oorspronkelijken huurder.
Ik heb derhalve de eer U te adviseeren adressant te doen berichten, dat na onderzoek zijn klacht ongegrond is gebleken.
De Directeur,
[Handtekening/Paraaf] In deze brief reageert de directeur van (vermoedelijk) de Centrale Markthallen op een klacht van een "adressant" (een indiener van een bezwaarschrift). De kern van de zaak is het gebruik van lege plekken op de markt.
De directeur legt uit dat er door een gebrek aan transportmiddelen en de noodzaak om tre wagons snel te lossen, toestemming is gegeven om tijdelijk goederen en emballage (verpakkingen) op ongebruikte plekken te stallen. Hij benadrukt dat deze plekken niet officieel als verkoopplaats aan anderen zijn toegewezen. Hierbij wordt een juridisch en organisatorisch onderscheid gemaakt tussen de openbare marktvloer en de pakhuizen. De directeur concludeert dat de klacht van de betrokkene ongegrond is. Het document dateert uit 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Centrale Markt" in Amsterdam was in die tijd een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening.
De zinsnede "pakhuizen van grossiers, wier zaken gesloten zijn" heeft in de context van 1942 een beladen betekenis. Tijdens de bezetting werden veel Joodse ondernemers gedwongen hun zaken te sluiten of werden deze onder een 'Verwalter' (bewindvoerder) geplaatst als onderdeel van de onteigening van Joods bezit. De brief hint naar de bureaucratische afhandeling van de vrijgekomen ruimtes die door deze uitsluiting ontstonden. Het transportgebrek waarover gesproken wordt, was een direct gevolg van de oorlogsomstandigheden en de vordering van materieel door de bezetter.