Archief 745
Inventaris 745-406
Pagina 245
Dossier 83
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke circulaire / interne mededeling.

Van: De Burgemeester van Amsterdam (ondertekend door Edward Voûte).

Origineel

Ambtelijke circulaire / interne mededeling. De Burgemeester van Amsterdam (ondertekend door Edward Voûte). [Bovenaan de pagina zijn vage resten van een stempel of briefhoofd in spiegelbeeld zichtbaar, waarschijnlijk "GEMEENTE AMSTERDAM"]

Ik maak van deze gelegenheid gebruik U nogmaals te wijzen op de verplichting tot aangifte van elk strafbaar feit, welke verplichting is neergelegd in art.162 van het Wetboek van Strafvordering en op het bepaalde bij art. 167 van genoemd wetboek, waarin blijkt, dat slechts het Openbaar Ministerie, met uitsluiting van anderen, bevoegd is te beoordelen of een strafbaar feit al dan niet zal worden vervolgd.

Ik verzoek U in voorkomende gevallen met het bovenstaande rekening te houden.

De Burgemeester van Amsterdam,

[Handtekening: Voûte] De tekst is een formele instructie aan ondergeschikten of specifieke functionarissen binnen de gemeentelijke organisatie. De burgemeester hamert op de strikte naleving van de wet:
1. Aangifteplicht (Art. 162 Sv): Ambtenaren worden herinnerd aan hun wettelijke plicht om misdrijven waarvan zij in de uitoefening van hun functie kennis krijgen, direct te melden.
2. Vervolgingsmonopolie (Art. 167 Sv): Er wordt expliciet gesteld dat de beslissing om wel of niet te vervolgen (het opportuniteitsbeginsel) uitsluitend bij het Openbaar Ministerie ligt. Hiermee wordt de geadresseerde de bevoegdheid ontzegd om zelf een morele of praktische afweging te maken om een incident "door de vingers te zien".

De toon is zakelijk en dwingend, typerend voor bestuurlijke communicatie die discipline en uniformiteit in de rechtshandhaving beoogt. De handtekening onder het document is van Edward Voûte, die van begin 1941 tot de bevrijding in 1945 door de Duitse bezetter was aangesteld als regeringscommissaris-burgemeester van Amsterdam. Dit plaatst het document direct in de context van de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens de bezetting was het voor de autoriteiten van groot belang dat de ambtelijke apparatuur naadloos meewerkte aan de handhaving van de (nieuwe) orde. Door de nadruk te leggen op de aangifteplicht en het uitsluiten van eigen beoordelingsvrijheid, werd getracht elk eigen initiatief of "oogluikend toelaten" van strafbare feiten (zoals hulp aan onderduikers, zwarte handel of verzetsactiviteiten) de kop in te drukken. De ambtenaar werd hiermee gereduceerd tot een doorgeefluik van het systeem.

De spiegelbeeldige tekst op de achtergrond bevat termen als "politieorganisatie", "hoofdbureau van politie" en "telefoontoestel", wat suggereert dat dit papier onderdeel was van een grotere stroom instructies betreffende de reorganisatie of bereikbaarheid van de Amsterdamse politie tijdens de oorlogsjaren. Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Politie

Samenvatting

De tekst is een formele instructie aan ondergeschikten of specifieke functionarissen binnen de gemeentelijke organisatie. De burgemeester hamert op de strikte naleving van de wet:
1. Aangifteplicht (Art. 162 Sv): Ambtenaren worden herinnerd aan hun wettelijke plicht om misdrijven waarvan zij in de uitoefening van hun functie kennis krijgen, direct te melden.
2. Vervolgingsmonopolie (Art. 167 Sv): Er wordt expliciet gesteld dat de beslissing om wel of niet te vervolgen (het opportuniteitsbeginsel) uitsluitend bij het Openbaar Ministerie ligt. Hiermee wordt de geadresseerde de bevoegdheid ontzegd om zelf een morele of praktische afweging te maken om een incident "door de vingers te zien".

De toon is zakelijk en dwingend, typerend voor bestuurlijke communicatie die discipline en uniformiteit in de rechtshandhaving beoogt.

Historische Context

De handtekening onder het document is van Edward Voûte, die van begin 1941 tot de bevrijding in 1945 door de Duitse bezetter was aangesteld als regeringscommissaris-burgemeester van Amsterdam. Dit plaatst het document direct in de context van de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens de bezetting was het voor de autoriteiten van groot belang dat de ambtelijke apparatuur naadloos meewerkte aan de handhaving van de (nieuwe) orde. Door de nadruk te leggen op de aangifteplicht en het uitsluiten van eigen beoordelingsvrijheid, werd getracht elk eigen initiatief of "oogluikend toelaten" van strafbare feiten (zoals hulp aan onderduikers, zwarte handel of verzetsactiviteiten) de kop in te drukken. De ambtenaar werd hiermee gereduceerd tot een doorgeefluik van het systeem.

De spiegelbeeldige tekst op de achtergrond bevat termen als "politieorganisatie", "hoofdbureau van politie" en "telefoontoestel", wat suggereert dat dit papier onderdeel was van een grotere stroom instructies betreffende de reorganisatie of bereikbaarheid van de Amsterdamse politie tijdens de oorlogsjaren.

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Politie

Gerelateerde Documenten 6