Archief 745
Inventaris 745-406
Pagina 699
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

6 maart 1943 Van: G. de Storm Aan: WelEd. Heer N.H. de Waer, Inspecteur Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

6 maart 1943 G. de Storm WelEd. Heer N.H. de Waer, Inspecteur Marktwezen te Amsterdam. Amsterdam 6 Mrt 1943.

WelEdHeer
N.H. de Waer
Insp. Marktwezen
Amsterdam.

Van Gebr. v/d Berg te Makkum
heb ik ontvangen op 7 Jan 43 = 100
vaatjes gesmeerde blick en op 9 Jan 43
ook 100 vaatjes gesmeerde blick. Deze
vaatjes zijn verkocht met 1 gulden
statiegeld voor het ledige vaatje.
v/d Berg heeft van den heer
Jongbloed ontvangen 56 gulden
dat is voor 56 vaatjes. en de
resterende 144 ledige vaatjes heb
ik 17 Febr 43 per reederij Koppe
aan hem teruggezonden. Deze
vaatjes had ik op den timmerzolder
bewaard en waren allemaal goed
en de deksels waren er allemaal bij.
Wat er onderweg met de vaatjes
is gebeurd, dat weet ik natuurlijk
niet, maar dat weet ik wel, dat wij
de zending goed hebben afgeleverd.
Natuurlijk waren die vaatjes niet zoo
mooi meer, als toen ik ze kreeg, maar
dat kan v/d Berg toch wel begrijpen.

hoogachtend
G. de Storm

[Aantekening in de linker benedenhoek:]
Van bezwaren
v/d Berg
zie rapport
v/h [..]
8-3-43

--- In deze brief rapporteert G. de Storm aan de Inspecteur van het Marktwezen over de afwikkeling van een partij van 200 "vaatjes gesmeerde blick" (waarschijnlijk blikken vaten voor vet of olie) die hij in januari 1943 ontving van de firma Gebroeders v/d Berg uit Makkum.

De kernpunten van de brief zijn:
* Kwantiatieve verantwoording: Van de 200 vaten zijn er 56 verkocht (waarvoor de leverancier v/d Berg 56 gulden statiegeld ontving via een heer Jongbloed). De overige 144 lege vaten zijn op 17 februari 1943 via reederij Koppe geretourneerd.
* Verweer tegen klachten: De schrijver reageert op blijkbare klachten over de staat van de retourzending. Hij benadrukt dat hij de vaten zorgvuldig heeft bewaard op een droge plek ("timmerzolder") en dat ze compleet met deksels zijn verzonden. Hij suggereert dat eventuele schade tijdens het transport is ontstaan of simpelweg het gevolg is van normaal gebruik ("niet zoo mooi meer als toen ik ze kreeg").

Het taalgebruik is zakelijk maar verdedigend, wat erop wijst dat er een officieel onderzoek of een geschil gaande was over de kwaliteit van de emballage.

--- Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (maart 1943). Tijdens de bezetting was er een grote schaarste aan grondstoffen, waaronder blik en metaal. Hergebruik van emballage was daarom strikt gereguleerd en essentieel voor de voedselvoorziening en handel.

  • Marktwezen: De Inspectie van het Marktwezen hield toezicht op de handel en de naleving van distributievoorschriften.
  • Reederij Koppe: Een bekende Amsterdamse rederij die de beurtvaart tussen Amsterdam en Friesland (waaronder Makkum) verzorgde. Via deze weg vond veel transport van goederen plaats over het IJsselmeer.
  • Statiegeld: De genoemde 1 gulden per vaatje was voor die tijd een aanzienlijk bedrag, wat het belang van het retourneren van leeggoed onderstreept.
  • Schaarste: De opmerking over de staat van de vaten weerspiegelt de realiteit van de oorlogseconomie: men moest het doen met wat er was, ook als de kwaliteit door intensief hergebruik achteruitging.

Samenvatting

In deze brief rapporteert G. de Storm aan de Inspecteur van het Marktwezen over de afwikkeling van een partij van 200 "vaatjes gesmeerde blick" (waarschijnlijk blikken vaten voor vet of olie) die hij in januari 1943 ontving van de firma Gebroeders v/d Berg uit Makkum.

De kernpunten van de brief zijn:
* Kwantiatieve verantwoording: Van de 200 vaten zijn er 56 verkocht (waarvoor de leverancier v/d Berg 56 gulden statiegeld ontving via een heer Jongbloed). De overige 144 lege vaten zijn op 17 februari 1943 via reederij Koppe geretourneerd.
* Verweer tegen klachten: De schrijver reageert op blijkbare klachten over de staat van de retourzending. Hij benadrukt dat hij de vaten zorgvuldig heeft bewaard op een droge plek ("timmerzolder") en dat ze compleet met deksels zijn verzonden. Hij suggereert dat eventuele schade tijdens het transport is ontstaan of simpelweg het gevolg is van normaal gebruik ("niet zoo mooi meer als toen ik ze kreeg").

Het taalgebruik is zakelijk maar verdedigend, wat erop wijst dat er een officieel onderzoek of een geschil gaande was over de kwaliteit van de emballage.


Historische Context

Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (maart 1943). Tijdens de bezetting was er een grote schaarste aan grondstoffen, waaronder blik en metaal. Hergebruik van emballage was daarom strikt gereguleerd en essentieel voor de voedselvoorziening en handel.

  • Marktwezen: De Inspectie van het Marktwezen hield toezicht op de handel en de naleving van distributievoorschriften.
  • Reederij Koppe: Een bekende Amsterdamse rederij die de beurtvaart tussen Amsterdam en Friesland (waaronder Makkum) verzorgde. Via deze weg vond veel transport van goederen plaats over het IJsselmeer.
  • Statiegeld: De genoemde 1 gulden per vaatje was voor die tijd een aanzienlijk bedrag, wat het belang van het retourneren van leeggoed onderstreept.
  • Schaarste: De opmerking over de staat van de vaten weerspiegelt de realiteit van de oorlogseconomie: men moest het doen met wat er was, ook als de kwaliteit door intensief hergebruik achteruitging.

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6