Getypt concept-verslag met handgeschreven correcties.
Origineel
Getypt concept-verslag met handgeschreven correcties. concept
HB.
Het betrekken van aal, rechtstreeks van een primairen afslag door kleinhandelaren.
Tijdens het afgeloopen aalseizoen hadden de Amsterdam-sche kleinhandelaren Bergen, Bambergen, Buter en L. Jansen een rechtstreeksche toewijzing op een primairen afslag in den lande. Ingevolge Besluit van de Neder-landsche Visscherij Centrale moesten deze handelaren hun aal op den afslag alhier aanvoeren, ze ontvingen daar een geleidebiljet en konden dan hun toewijzing naar hun verkoopplaats brengen. Deze kleinhandelaren waren niet in de verdeeling te Amsterdam opgenomen. De overige Amsterdamsche kleinhandelaren, die wel in de verdeeling te dezer stede waren opgenomen, hebben hiertegen meermalen geprotesteerd, echter zonder resultaat. Zij wezen erop, dat er in werkelijkheid geen verschil bestond tusschen het koopen der kleinhandela-ren voor den oorlog. Enkelen kochten rechtstreeks op hun eigen naam, doch de meesten maakten gebruik van een commissionair. De eersten hebben thans een eigen toewijzing, die zij geheel mogen behouden; de laatsten moeten ^via de verdeeling betrekken. Het gevolg is, dat de eerstgenoemden meer handel ontvangen dan de laatsten, hetgeen, vooral op de markten, tot naijver aanleiding geeft.
We hebben daarom deze aangelegenheid op 11 dezer met den heer Haasnoot besproken, waarbij wij er tevens op wezen, dat bij den aanvang der zeevischver-deeling te Ymuiden alle kleinhandelaren zijn uitge-schakeld. De groothandels- en de kleinhandelszaken werden daar gescheiden gehouden. De consequentie Het document is een verslag van een klacht over oneerlijke concurrentie in de Amsterdamse vishandel. Vier specifieke handelaren (Bergen, Bambergen, Buter en L. Jansen) genoten een uitzonderingspositie: zij mochten rechtstreeks inkopen bij primaire afslagen (veilingen waar de vis direct van de vissers komt), terwijl de rest van de Amsterdamse kleinhandelaren afhankelijk was van het centrale distributiesysteem.
De kern van het conflict is dat de groep met de rechtstreekse toewijzing grotere hoeveelheden aal kon bemachtigen dan de handelaren die via de algemene verdeling werkten. Dit leidde tot "naijver" (jaloezie en beroepszeer), met name op de markten waar deze handelaren naast elkaar stonden. De schrijver van het document voert aan dat deze uitzonderingspositie onterecht is, omdat de situatie vóór de oorlog voor iedereen vergelijkbaar was, en trekt een vergelijking met de vishandel in IJmuiden (Ymuiden), waar groot- en kleinhandel wel strikt gescheiden werden. Dit document moet geplaatst worden in de context van de gereguleerde economie in Nederland tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) is hierbij cruciaal; dit was een orgaan dat in 1941 door de bezetter werd ingesteld om de visserij en de visdistributie te controleren.
In deze periode was er sprake van schaarste en strikte distributieregels. Wie buiten het centrale verdeelsysteem om mocht inkopen, had een enorm economisch voordeel. Het document illustreert de bureaucratische strijd en de lokale spanningen die ontstonden door de centrale sturing van de voedselvoorziening en de toewijzing van schaarse goederen zoals aal. De genoemde "heer Haasnoot" was waarschijnlijk een functionaris binnen de visserijautoriteiten.