Archief 745
Inventaris 745-410
Pagina 140
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Zakelijke brief/ambtelijke correspondentie.

26 juli 1943. Van: Waarnemend Directeur (organisatie niet expliciet in briefhoofd, mogelijk gelieerd aan visserijtoezicht of distributie).

Origineel

Zakelijke brief/ambtelijke correspondentie. 26 juli 1943. Waarnemend Directeur (organisatie niet expliciet in briefhoofd, mogelijk gelieerd aan visserijtoezicht of distributie). 46a/225/3 M. [tab] 26 Juli 1943. [tab] VD/SV

[handgeschreven in paars:] Extra

[tab] Den Heer Directeur der
[tab] Nederlandsche Visscherij-
[tab] Centrale,

[tab] 2e Adelheidstraat 300,

[tab] 's-G r a v e n h a g e (ZH)
[tab] =====================

Onder terugzending van het met Uw kant-
brief d.d. 13 dezer no. 18182-V/Lam om advies
ontvangen stuk bericht ik U, dat krachtens
artikel 9 van het 2e Uitvoeringsbesluit het
leveren van visch aan restaurants e.d. zonder
schriftelijke toestemming niet is geoorloofd.
Deze toestemmingen zijn tot nu toe aan geen en-
kelen kleinhandelaar verleend, doch oogluikend
wordt toegelaten, dat de fijne vischsoorten door
de kleinhandelaren aan hun oude afnemers in casu
de restaurants e.d. worden doorgeleverd. Ik heb
ernstige bezwaren om aan het verzoek van den
heer Van Rijsbergen, om hem den alleenverkoop
aan restaurants te geven, te voldoen.
De kleinhandelaren, die jarenlang ge-
wend zijn aan bovenbedoelde inrichtingen te
leveren, zouden hierdoor namelijk worden bena-
deeld.

[tab] De Directeur,
[tab] wnd. In deze brief reageert een waarnemend directeur op een adviesaanvraag van de Nederlandsche Visscherij-Centrale betreffende de distributie van vis aan de horeca.

De kernpunten van de brief zijn:
1. Regelgeving versus praktijk: Volgens de formele regels (artikel 9 van het 2e Uitvoeringsbesluit) is het verboden om zonder vergunning vis aan restaurants te leveren. De directeur geeft echter toe dat er een gedoogbeleid ("oogluikend wordt toegelaten") bestaat voor de levering van "fijne vischsoorten" door bestaande kleinhandelaren aan hun vaste klanten in de horeca.
2. Afwijzing monopolieverzoek: Een zekere heer Van Rijsbergen heeft verzocht om het alleenrecht (monopolie) te krijgen op de verkoop van vis aan restaurants.
3. Argumentatie: De directeur wijst dit verzoek resoluut af. Zijn belangrijkste argument is de bescherming van de gevestigde kleinhandel. Het verlenen van een alleenverkooprecht aan één individu zou de bestaande handelaren, die deze taak al jaren vervullen, onrechtvaardig benadelen. Het document dateert uit juli 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode kenmerkte zich door schaarste en een streng distributiesysteem (de distributie van vis viel onder de Nederlandsche Visscherij-Centrale, een door de bezetter gecontroleerd orgaan).

De brief illustreert de spanning tussen de strikte bureaucratische ordening van de voedselvoorziening en de economische realiteit. Dat de overheid "oogluikend" toestaat dat regels worden overtreden om bestaande handelsrelaties in stand te houden, is typerend voor de complexe bestuurlijke verhoudingen in oorlogstijd. De afwijzing van het verzoek van Van Rijsbergen toont aan dat men, ondanks de bezetting, probeerde te voorkomen dat individuele gelukszoekers of collaborateurs de markt volledig zouden monopoliseren ten koste van de traditionele middenstand.

Samenvatting

In deze brief reageert een waarnemend directeur op een adviesaanvraag van de Nederlandsche Visscherij-Centrale betreffende de distributie van vis aan de horeca.

De kernpunten van de brief zijn:
1. Regelgeving versus praktijk: Volgens de formele regels (artikel 9 van het 2e Uitvoeringsbesluit) is het verboden om zonder vergunning vis aan restaurants te leveren. De directeur geeft echter toe dat er een gedoogbeleid ("oogluikend wordt toegelaten") bestaat voor de levering van "fijne vischsoorten" door bestaande kleinhandelaren aan hun vaste klanten in de horeca.
2. Afwijzing monopolieverzoek: Een zekere heer Van Rijsbergen heeft verzocht om het alleenrecht (monopolie) te krijgen op de verkoop van vis aan restaurants.
3. Argumentatie: De directeur wijst dit verzoek resoluut af. Zijn belangrijkste argument is de bescherming van de gevestigde kleinhandel. Het verlenen van een alleenverkooprecht aan één individu zou de bestaande handelaren, die deze taak al jaren vervullen, onrechtvaardig benadelen.

Historische Context

Het document dateert uit juli 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode kenmerkte zich door schaarste en een streng distributiesysteem (de distributie van vis viel onder de Nederlandsche Visscherij-Centrale, een door de bezetter gecontroleerd orgaan).

De brief illustreert de spanning tussen de strikte bureaucratische ordening van de voedselvoorziening en de economische realiteit. Dat de overheid "oogluikend" toestaat dat regels worden overtreden om bestaande handelsrelaties in stand te houden, is typerend voor de complexe bestuurlijke verhoudingen in oorlogstijd. De afwijzing van het verzoek van Van Rijsbergen toont aan dat men, ondanks de bezetting, probeerde te voorkomen dat individuele gelukszoekers of collaborateurs de markt volledig zouden monopoliseren ten koste van de traditionele middenstand.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Huishoudelijk: Pan Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 4