Getypte brief (doorslag/kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie). 19 januari 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-dienst). [Handgeschreven in rood potlood, rechtsboven]: Hr m... /
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
85/1/1 M. [links] 19 Januari 1943. [rechts]
Intrekking kramen-
vergunning ten name van
F.Wayeret.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat F.Wayeret,
Van der Helststraat 19, alhier, wien op 29 November 1938
onder no.811 L.M.'38 vergunning is verleend voor het plaat-
sen van kramen op de markt Albert Cuypstraat, niettegenstaan
de herhaalde aanmaningen in gebreke blijft het verschuldig-
de kramengeld te voldoen.
Op grond hiervan verzoek ik U beleefd wel te willen be--
vorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester, de op hem
betrekking hebbende beschikking wordt ingetrokken.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formeel verzoek van een directeur aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om een marktvergunning in te trekken. De vergunninghouder, F. Wayeret, woonachtig aan de Van der Helststraat 19, heeft sinds 1938 een vergunning voor de Albert Cuypmarkt, maar verzuimt ondanks aanmaningen het verschuldigde kramengeld te betalen.
* Juridische weg: De directeur vraagt de wethouder om de procedure te bevorderen zodat de Burgemeester een formeel besluit tot intrekking kan nemen.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en ambtelijk ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd wel te willen bevorderen").
* Locatie: De genoemde straten (Van der Helststraat en Albert Cuypstraat) situeren het document onmiskenbaar in de wijk De Pijp in Amsterdam. * Oorlogstijd: De datum, 19 januari 1943, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve molen van de gemeente bleef tijdens de bezetting doordraaien, ook voor reguliere zaken zoals marktgeld.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze functie was tijdens de oorlog van cruciaal belang vanwege de schaarste en de rantsoenering van voedsel.
* De Albert Cuypmarkt: Deze markt was en is een centraal punt in de Amsterdamse economie. De wijk De Pijp kende een grote Joodse populatie. Hoewel het document de achtergrond van F. Wayeret niet vermeldt, is het historisch relevant dat Joodse marktkooplieden in deze periode reeds uit het openbare leven waren geweerd of gedeporteerd. Wanbetaling van kramengeld kon in die context een gevolg zijn van de vervolging, alhoewel de brief dit als een puur administratieve nalatigheid behandelt.