Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 372
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk rapport/briefje.

10 februari 1943.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk rapport/briefje. 10 februari 1943. Nieuwmarkt 10 - 2 - 43
Den Heer
Inspecteur

Het optreden van de stallenverhuurders op de
Nieuwmarkt is nu niet bepaald te roemen. In de
meeste gevallen heeft het meer weg van een gunst,
dat de kooplieden een stal krijgen. Roelofs heeft
tegen mij van die woorden en uitdrukkingen gebezigd
welke niet toelaatbaar zijn, om geschreven te
worden. Juist hedenmorgen nog, kwamen
J. Lamar pl:n: 70 en J. v Muijen pl:n. 16 klagen
over de toestand van de stal, en dat hij geen stal
kon krijgen. Met het aanbrengen van de merken
op de stallen is nog geen begin gemaakt.

                                                                                   C. Renz

[Aantekeningen onderaan in ander handschrift/potlood:]
Roelof oproeping dd 27/2 '43
oppen. ver 24/2 '43
[paraaf] In deze brief rapporteert C. Renz (vermoedelijk een marktmeester of assistent) aan de inspecteur over de problematische situatie rondom de stallenverhuur op de Nieuwmarkt in Amsterdam. De kernpunten zijn:
1. Houding verhuurders: De verhuurders gedragen zich alsof het verhuren van een kraam een gunst is in plaats van een zakelijke transactie.
2. Onbehoorlijk gedrag: Een persoon genaamd Roelofs heeft zich verbaal misdragen tegenover de schrijver met taalgebruik dat "niet toelaatbaar" is om op papier te zetten.
3. Klachten van kooplieden: Specifieke kooplieden (Lamar en Van Muijen, met hun plaatsnummers 70 en 16) klagen over de slechte staat van de kramen en de onmogelijkheid om een plek te bemachtigen.
4. Administratieve vertraging: De kramen zijn nog niet voorzien van de vereiste merken (identificatie).

De aantekeningen onderaan suggereren dat er op 24 en 27 februari 1943 actie is ondernomen naar aanleiding van deze klacht, waaronder een oproeping voor Roelofs. Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Nieuwmarkt lag in het hart van de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam. Op het moment van schrijven waren Joodse kooplieden en marktbezoekers al geruime tijd (sinds september 1941) door de bezetter van de algemene markten verbannen.

De spanningen die in het briefje beschreven worden – corruptie-achtig gedrag ("een gunst"), intimidatie en gebrekkig materiaal – passen in een beeld van een ontwrichte markt waar schaarste en willekeur hoogtij vierden. De namen J. Lamar en J. v Muijen kunnen waardevol zijn voor genealogisch onderzoek naar Amsterdams marktleven tijdens de oorlogsjaren. De zakelijke, bijna nuchtere toon van het rapport vormt een schril contrast met de grimmige realiteit van de omliggende buurt in die specifieke maand, waarin de deportaties in volle gang waren. C. Renz Het optreden (Inspecteur) J. Lamar

Samenvatting

In deze brief rapporteert C. Renz (vermoedelijk een marktmeester of assistent) aan de inspecteur over de problematische situatie rondom de stallenverhuur op de Nieuwmarkt in Amsterdam. De kernpunten zijn:
1. Houding verhuurders: De verhuurders gedragen zich alsof het verhuren van een kraam een gunst is in plaats van een zakelijke transactie.
2. Onbehoorlijk gedrag: Een persoon genaamd Roelofs heeft zich verbaal misdragen tegenover de schrijver met taalgebruik dat "niet toelaatbaar" is om op papier te zetten.
3. Klachten van kooplieden: Specifieke kooplieden (Lamar en Van Muijen, met hun plaatsnummers 70 en 16) klagen over de slechte staat van de kramen en de onmogelijkheid om een plek te bemachtigen.
4. Administratieve vertraging: De kramen zijn nog niet voorzien van de vereiste merken (identificatie).

De aantekeningen onderaan suggereren dat er op 24 en 27 februari 1943 actie is ondernomen naar aanleiding van deze klacht, waaronder een oproeping voor Roelofs.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Nieuwmarkt lag in het hart van de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam. Op het moment van schrijven waren Joodse kooplieden en marktbezoekers al geruime tijd (sinds september 1941) door de bezetter van de algemene markten verbannen.

De spanningen die in het briefje beschreven worden – corruptie-achtig gedrag ("een gunst"), intimidatie en gebrekkig materiaal – passen in een beeld van een ontwrichte markt waar schaarste en willekeur hoogtij vierden. De namen J. Lamar en J. v Muijen kunnen waardevol zijn voor genealogisch onderzoek naar Amsterdams marktleven tijdens de oorlogsjaren. De zakelijke, bijna nuchtere toon van het rapport vormt een schril contrast met de grimmige realiteit van de omliggende buurt in die specifieke maand, waarin de deportaties in volle gang waren.

Genoemde Personen 3

C. Renz Het optreden (Inspecteur) J. Lamar

Locaties

Nieuwmarkt

Producten

Huishoudelijk: Pan Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 5