Proces-verbaal of ambtelijk rapport van een marktinspecteur/beambte.
Origineel
Proces-verbaal of ambtelijk rapport van een marktinspecteur/beambte. 13 juli 1943. No. 77/31/1 M. 1943 14/7
Adam, 13 Juli ’43
Hedenmiddag te c.a. half twee riep de Heer v. Es, Directeur der Ned Veiling, mijn assistentie in voor de volgende zaak.
Het was hem ter oore gekomen, dat een aardappelverwerker meerdere malen groente uit de kisten, die door de tuinders worden aangevoerd en op de perrons in de hal worden geplaatst, had toegeëigend. Om dit te constateren had H.C. Bauer, wonende Westergasthuisstraat 109, als knecht in dienst bij de Ned. Veiling zich in den gang op de 1e verdieping in de hal verdekt opgesteld. Terwijl de Heer v. Es mij dit mededeelde werd er een teeken gegeven dat het feit was geconstateerd. De bewuste aardappelverwerker had zich uit de hal verwijderd. De afslager van de veiling ging hem achterna, hield hem staande en gaf hem aan den Heer v. Es over. Hij had een bos peen in de hand en verklaarde dat hij deze gevonden had in den doorloop tusschen de kisten. Hij wees de plek aan en deponeerde den bos peen op een kist met peen, terwijl hij den Hr v. Es op smeekende wijze vroeg: “U zult me toch niet brodeloos maken voor een bossie wortelen”. Ik vroeg hem zijn marktkaart. Het bleek te zijn kaarthouder no 7567, genaamd Q. v. Soest, geboren te Adam 2-9-77, wonende van Boetzelaerstraat 28, personeel van de Amst. Combinatie van Groothandelaren in aardappelen.
Inmiddels was de knecht Bauer ter plaatse gekomen en zeide tegen van Soest, dat hij had gezien dat v. Soest den bos peen uit de kist had genomen en niet op straat had gevonden. De kaart van v. Soest heb ik ingehouden. De v. Es wenscht geen aangifte van diefstal te doen, maar verzoekt van Soest administratief te straffen. De ingehouden kaart gaat hierbij.
(getekend)
[Links onderaan:]
den Heer
Intendt.
vond Bedrijfsh.
O.M. Dit handgeschreven rapport is een verslag van een op heterdaad geconstateerde kleine diefstal bij de "Nederlandsche Veiling" in Amsterdam. De directeur, de heer Van Es, had een verdenking en zette een observatie op met behulp van een knecht (Bauer) die vanaf de eerste verdieping de hal in de gaten hield. De dader, Q. v. Soest, werd betrapt met een "bos peen". Opvallend is de emotionele reactie van de dader ("brodeloos maken voor een bossie wortelen"), wat duidt op de zware consequenties die een dergelijk vergrijp kon hebben voor iemands vergunning of marktkaart in die tijd. Uiteindelijk besluit de directeur om geen officiële aangifte van diefstal te doen bij de politie, maar de zaak "administratief" af te handelen door de marktkaart in te nemen. Het document dateert van juli 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. Diefstal van levensmiddelen, hoe klein ook (zoals een bos wortelen), werd zeer hoog opgenomen omdat alle handel centraal gereguleerd was. Het feit dat de dader werkzaam was voor de "Amst. Combinatie van Groothandelaren in aardappelen" maakte de zaak ernstiger, aangezien hij een professionele vertrouwenspositie had binnen de voedselketen. De term "brodeloos maken" verwijst naar het intrekken van de marktkaart, waardoor de betrokkene zijn beroep niet meer mocht uitoefenen en dus geen inkomen ("brood") meer had.