Brief / Ambtelijke correspondentie (doorslag)
Origineel
Brief / Ambtelijke correspondentie (doorslag) 25 oktober 1944 De Directeur van de V.B.N.A. (vermoedelijk de Vereniging van Bemiddelaars in Nederlandsche Aardappelen) [Handgeschreven aantekening bovenzijde:]
Verzonden $\frac{25}{10}$ AVD WEM
[Getypte tekst:]
2a/1/54M. 25 October 1944. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
============
Naar aanleiding van den brief van Uw Secre-
taris d.d. 2 April 1942 (No.P.S.B.) en ten ver-
volg op mijn brief d.d. 17 October 1944 (no.2a/
1/53M.), heb ik de eer U onderstaand opgave te
doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amster-
dam op 14 October 1944; de aflevering in de
week van 16 tot en met 21 October 1944 en de
boekvoorraad op 21 October 1944.
De Directeur,
V.B.N.A.
Voorraad op 14 October 1944: 42.857 hl
Aanvoer week 16 - 21 Oct.1944: 53.085 hl
95.942 hl
Aflevering week 16 - 21 Oct.1944: 35.085 hl
Voorraad op 21 October 1944 des
avonds: 60.857 hl
Gemeente (Opgeslagen in het koel-
huis).
Voorraad op 21 October 1944: 5.000 hl
T o t a a l : 65.857 hl
=========== Het document is een kwantitatief overzicht van de aardappelvoorraad in Amsterdam in hectoliters (hl). Het geeft een nauwkeurig beeld van de logistieke situatie:
* Beginvoorraad (14 okt): 42.857 hl
* Aanvoer: In de betreffende week is er 53.085 hl binnengekomen, wat meer is dan de bestaande voorraad.
* Consumptie/Aflevering: Er is 35.085 hl uitgeleverd aan de stad.
* Strategische reserve: Er wordt specifiek melding gemaakt van 5.000 hl die in het koelhuis van de gemeente ligt opgeslagen.
* Eindtotaal: Op 21 oktober 1944 bedroeg de totale voorraad 65.857 hl.
Opvallend is de ambtelijke, bijna routineuze toon van de brief, terwijl de stad op dat moment aan de vooravond van een catastrofe stond. Dit document stamt uit een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis. In oktober 1944 was Zuid-Nederland deels bevrijd, maar bleef West-Nederland (waaronder Amsterdam) bezet. Door de spoorwegstaking, die in september 1944 begon, en de daaropvolgende Duitse blokkades van voedseltransporten over water, raakte de voedselvoorziening in de grote steden ernstig ontregeld.
De gerapporteerde voorraad van ruim 65.000 hectoliter lijkt aanzienlijk, maar voor een stad met circa 800.000 inwoners was dit slechts genoeg voor enkele weken. Deze brief markeert de overgang naar de Hongerwinter. Kort na de datum van dit document zou de aanvoer nagenoeg volledig stilvallen, wat leidde tot extreme schaarste, de inzet van distributiebonnen voor steeds kleinere porties, en uiteindelijk de hongerdood van duizenden Amsterdammers. De "voorraad in het koelhuis" was een cruciale laatste reserve die de gemeente trachtte te beheren.