Archiefdocument
Origineel
No. 30
20 / [stempel: 26] bergen / door / [doorgestreept: Deventer?]
L.M. / [omcirkeld: 2C] / Verklaring / [in kader: 7/12 44]
De Heeren Baars Henri
geb. 2/2 1917 te A'dam
Pers. bew. A. 35/021755 en
Theelaar Petrus Gerardus
geb. 5/12 1913 (glazenw.)
A 35/245996, zullen gedurende
6 achtereenvolgende dagen, Zondag
niet meegerekend, in
overleg met en onder
toezicht van M.W. uit de
verkoopen tegen een door de
Prijsbeheersching nader goed
te keuren kleinhandelsprijs
op speciale aangewezen
plaatsen voor den openbaren Dit document is een officiële vergunning of verklaring die twee mannen, Henri Baars en Petrus Gerardus Theelaar (van beroep glazenwasser), machtigt om gedurende zes aaneengesloten werkdagen goederen in het openbaar te verkopen. De tekst stelt strikte voorwaarden aan deze handel:
1. Toezicht: De verkoop moet plaatsvinden in overleg met en onder toezicht van een instantie of persoon (mogelijk aangeduid met de initialen M.W.).
2. Prijsstelling: De prijzen mogen niet vrij bepaald worden; ze moeten vooraf worden goedgekeurd door de 'Prijsbeheersching'.
3. Locatie: De verkoop mag enkel plaatsvinden op specifiek daarvoor aangewezen publieke locaties.
De tekst breekt onderaan af, wat suggereert dat er mogelijk een vervolgpagina was of dat de zin "plaatsen voor den openbaren [verkoop/weg]" bedoeld was als afsluiting van de plaatsbepaling. De datum op het document, 7 december 1944, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland bevond zich op dat moment in de Hongerwinter. In de bezette steden in het westen (zoals Amsterdam, vermeld in de tekst) heerste een nijpend tekort aan voedsel en brandstof.
De Duitse bezetter en de Nederlandse bureaucratie probeerden de schaarse handel volledig te reguleren om de zwarte markt tegen te gaan en de inflatie te beheersen. De 'Prijsbeheersching' (onderdeel van het bureau van de Gemachtigde voor de Prijzen) hield scherp toezicht op woekerprijzen. Een dergelijke schriftelijke verklaring was voor straathandelaren essentieel om niet gearresteerd te worden voor illegale handel. Gezien de beroepen van de mannen (waaronder een glazenwasser) gaat het hier waarschijnlijk om een tijdelijke noodoplossing om in het levensonderhoud te voorzien door de verkoop van schaarse goederen (mogelijk surrogaatproducten of brandhout) onder overheidstoezicht.