Archief 745
Inventaris 745-423
Pagina 110
Jaar 1944
Stadsarchief

Officieel schrijven/circulaire van de Gemeente Amsterdam.

31 augustus 1944. Van: De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte), getekend door de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Aan: Hoofden van Diensten, Bedrijven en Administratiën van de gemeente Amsterdam.

Origineel

Officieel schrijven/circulaire van de Gemeente Amsterdam. 31 augustus 1944. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte), getekend door de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Hoofden van Diensten, Bedrijven en Administratiën van de gemeente Amsterdam. [Linksboven:]
AM.

[Midden boven:]
G E M E E N T E A M S T E R D A M .

[Rechtsboven, handgeschreven:]
m... Du.

[Rechtsboven, getypt:]
AMSTERDAM, 31 Augustus 1944.

[Links, onder de kop:]
No. 1575ª Arb.1944
Onderwerp: onderduikers.

[Hoofdtekst:]
De Beauftragte voor de stad Amsterdam heeft een nominatieve op-
gave gevraagd van alle personen (met inbegrip van degenen, die een
onbezoldigde functie bekleeden) in gemeentedienst, die om een of
andere reden zijn ondergedoken.
Ik moge U verzoeken mij de voor beantwoording van deze vraag be-
noodigde gegevens per omgaande te verstrekken, (spoedshalve inzenden
aan de afdeeling Arbeidszaken) onder vermelding van naam, functie en
adres dezer personen en met aanduiding, welke maatregelen, ontslag of
stopzetten van salaris- of loonbetaling, zijn gevolgd.
Ook negatieve opgaven worden ingewacht.

[Rechtsonder:]
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]
de Gemeentesecretaris,
[Handtekening: J. F. Franken]

[Linksonder:]
Aan Heeren Hoofden van
Diensten, Bedrijven en
Administratiën.

Arb.Z. Stadhuis
A'dam, Aug. 1944
Volgno. 138

[Onderaan, paarse stempels:]
№ 8A/91/1
M. 1944 1/9

[Rechtsonder, blauw/paars geschreven/gestempeld:]
8 A Dit document is een direct bewijs van de ambtelijke collaboratie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de tekst is als volgt:

  • Duitse opdracht: De 'Beauftragte' (de Duitse toezichthouder op het stadsbestuur) eist een namenlijst ('nominatieve opgave') van alle gemeenteambtenaren die zijn ondergedoken.
  • Brede reikwijdte: De eis geldt voor iedereen, inclusief onbezoldigde medewerkers.
  • Gedetailleerde informatie: Er wordt gevraagd naar naam, functie en adres, maar ook naar de strafmaatregelen die de gemeente reeds heeft genomen (zoals ontslag of het stopzetten van loon).
  • Controle: Zelfs als er in een afdeling geen onderduikers zijn, moet dit expliciet gemeld worden ('negatieve opgaven').
  • Urgentie: De termen 'per omgaande' en 'spoedshalve' benadrukken de druk waaronder deze informatie verzameld moest worden.

De ondertekenaars zijn Edward Voûte, de door de bezetter benoemde burgemeester, en J.F. Franken, de gemeentesecretaris. Het document illustreert hoe het gemeentelijk apparaat werd ingezet om de eigen medewerkers op te sporen en te straffen. Eind augustus 1944 bevond Nederland zich in een uiterst gespannen fase van de oorlog. De geallieerden rukten snel op door Frankrijk en België richting de Nederlandse grens (slechts enkele dagen later zou 'Dolle Dinsdag' plaatsvinden).

In deze periode nam het aantal onderduikers onder de burgerbevolking massaal toe. Dit kwam enerzijds door de angst voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland) en anderzijds door het toenemende verzet tegen de bezetter. De Duitsers probeerden met man en macht grip te houden op de bevolking en de arbeidsreserve.

Door de Amsterdamse administratie te dwingen lijsten van ondergedoken ambtenaren aan te leveren, kon de bezetter deze personen gericht opsporen via politie-invallen op hun laatst bekende adressen. Voor de ambtenaren in kwestie betekende onderduiken vaak dat zij geen inkomsten meer hadden, aangezien de gemeente – zoals in dit document bevestigd – de loonbetaling onmiddellijk stopzette. Dit document vormt daarmee een rader in de repressiemachine van de bezetting.

Samenvatting

Dit document is een direct bewijs van de ambtelijke collaboratie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de tekst is als volgt:

  • Duitse opdracht: De 'Beauftragte' (de Duitse toezichthouder op het stadsbestuur) eist een namenlijst ('nominatieve opgave') van alle gemeenteambtenaren die zijn ondergedoken.
  • Brede reikwijdte: De eis geldt voor iedereen, inclusief onbezoldigde medewerkers.
  • Gedetailleerde informatie: Er wordt gevraagd naar naam, functie en adres, maar ook naar de strafmaatregelen die de gemeente reeds heeft genomen (zoals ontslag of het stopzetten van loon).
  • Controle: Zelfs als er in een afdeling geen onderduikers zijn, moet dit expliciet gemeld worden ('negatieve opgaven').
  • Urgentie: De termen 'per omgaande' en 'spoedshalve' benadrukken de druk waaronder deze informatie verzameld moest worden.

De ondertekenaars zijn Edward Voûte, de door de bezetter benoemde burgemeester, en J.F. Franken, de gemeentesecretaris. Het document illustreert hoe het gemeentelijk apparaat werd ingezet om de eigen medewerkers op te sporen en te straffen.

Historische Context

Eind augustus 1944 bevond Nederland zich in een uiterst gespannen fase van de oorlog. De geallieerden rukten snel op door Frankrijk en België richting de Nederlandse grens (slechts enkele dagen later zou 'Dolle Dinsdag' plaatsvinden).

In deze periode nam het aantal onderduikers onder de burgerbevolking massaal toe. Dit kwam enerzijds door de angst voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland) en anderzijds door het toenemende verzet tegen de bezetter. De Duitsers probeerden met man en macht grip te houden op de bevolking en de arbeidsreserve.

Door de Amsterdamse administratie te dwingen lijsten van ondergedoken ambtenaren aan te leveren, kon de bezetter deze personen gericht opsporen via politie-invallen op hun laatst bekende adressen. Voor de ambtenaren in kwestie betekende onderduiken vaak dat zij geen inkomsten meer hadden, aangezien de gemeente – zoals in dit document bevestigd – de loonbetaling onmiddellijk stopzette. Dit document vormt daarmee een rader in de repressiemachine van de bezetting.

Gerelateerde Documenten 5