Officiële brief/ambtelijke correspondentie.
Origineel
Officiële brief/ambtelijke correspondentie. Namens de Wnd. (Waarnemend) Politiepresident, de Kapitein van Politie, W. J. F. v. d. Meer. De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven:] 810
Politiepresident te Amsterdam
Bestuursdienst
Bureau Algemeene Dienstzaken
Amsterdam, 11 Februari 1944 .
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
Dict.Bo./P.
Dossier S.I.
Lr.S.No.5141/1943
[Stempel:] Nº 18/1/2
[Stempel:] M. 1944 12/2
Ik heb de eer UEdelGestrenge te berichten, dat door het Politiepersoneel in de maand December 1943 vier processen-verbaal werden opgemaakt terzake overtreding van de Verordening op het venten.
Coll.: [handtekening/paraf]
DE WND.POLITIEPRESIDENT,
namens dezen
DE KAPITEIN VAN POLITIE,
[Handtekening]
W. J. F. v. d. Meer
[Linksmidden, handgeschreven in potlood/inkt:]
Gezien
17-2-'44
[onleesbare paraaf]
AAN den Heer Directeur van het Marktwezen
te
A M S T E R D A M
[Rechtsonder:]
18
K 9665
M 72 - 8000-5-43 Dit document is een formele kennisgeving van de Amsterdamse politie aan de directeur van het Marktwezen. De kern van de boodschap is de rapportage van handhavingsactiviteiten: in december 1943 zijn er vier processen-verbaal opgemaakt voor illegaal venten (straatverkoop zonder vergunning of in strijd met de regels).
De brief hanteert een uiterst formele, ambtelijke toon, kenmerkend voor de periode, inclusief de aanspreekvorm "UEdelGestrenge". Het document is doorspekt met administratieve kenmerken (stempels, dossiernummers, referentiecodes), wat wijst op een strak georganiseerde bureaucratie waarin informatieoverdracht tussen verschillende gemeentelijke en politiediensten nauwgezet werd vastgelegd. De handgeschreven aantekening onderaan ("Gezien 17-2-'44") bevestigt de ontvangst en verwerking bij de afdeling Marktwezen. Het document dateert van februari 1944, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting stond de Amsterdamse politie onder direct toezicht en bevel van de Duitse autoriteiten.
De "Verordening op het venten" was een lokaal reglement, maar de handhaving ervan kreeg tijdens de oorlogsjaren een extra dimensie. Vanwege de nijpende schaarste, distributierantsoenering en de bloeiende zwarte handel was controle op straatverkoop cruciaal voor de autoriteiten om de grip op de voedsel- en goederenvoorziening te behouden. Hoewel het hier lijkt te gaan om een routineuze administratieve melding van slechts vier overtredingen, illustreert het hoe de bureaucratische machine bleef doordraaien en toezicht hield op de kleinste economische activiteiten van de burgers in een bezette stad. De ondertekenaar, kapitein W.J.F. van der Meer, was een officier binnen het korps dat in deze periode nauw moest samenwerken met de bezetter. F. v. d. Meer P. Marktwezen Politie