Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 6 maart 1944. J. Lubbers, v. d. Hoopstraat 30 I, Amsterdam. Onbekend (geadresseerd als "Mijne Heeren", waarschijnlijk de Marktdienst van de Gemeente Amsterdam). № 20/17/1 M. 1944 7/3
877
Amsterdam 6-3-'44
m. Imp [?]
Mijne Heeren,
Ondergetekende, J. Lubbers verzoekt beleefd in aanmerking te mogen komen voor een marktvergunning voor ijs en/of consumptie artikelen.
Arbeid kan ik niet verrichten daar ik invalide ben (kunstbeen).
Hopende op een gunstig antwoord verblijf ik met de meeste Hoogachting.
J. Lubbers
v. d. Hoopstraat 30 I
[Aantekening linksonder:]
Heeft nog niet eerder op de markten gestaan. Medegedeeld, dat hij niet voor een plaats in aanmerking kan komen.
Opbergen. [Paraaf] 15/3 '44.
[Middenonder, grote paraaf:]
opb [?]
[Aantekening rechtsonder:]
Afroepen 13-3-44 [Paraaf]
p 15/3 '44 * Inhoud: De brief is een formeel verzoek van J. Lubbers voor een standplaatsvergunning op de markt. De afzender voert zijn fysieke beperking (een kunstbeen) aan als reden waarom hij aangewezen is op dit soort werk, aangezien reguliere arbeid voor hem niet mogelijk is.
* Besluitvorming: Uit de ambtelijke kanttekeningen blijkt dat het verzoek is afgewezen. De reden voor afwijzing is puur bureaucratisch: de aanvrager heeft geen historiek als marktkraamhouder ("Heeft nog niet eerder op de markten gestaan"). De menselijke maat (zijn invaliditeit) lijkt hierbij ondergeschikt aan de geldende regels of de beperkte beschikbaarheid van plaatsen.
* Administratief proces: De brief is binnen een tijdsbestek van ongeveer negen dagen afgehandeld. Op 6 maart geschreven, op 7 maart gestempeld bij binnenkomst, op 13 maart behandeld ("afroepen") en op 15 maart definitief gearchiveerd na afwijzing. Dit document stamt uit maart 1944, de late bezettingstijd in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en strenge regulering van de handel. Een marktvergunning voor "consumptie-artikelen" was zeer gewild omdat het een manier was om legaal aan inkomen of goederen te komen in een tijd van zwarte handel en distributiebonnen.
De Van der Hoopstraat ligt in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam, destijds een typische volksbuurt. De afwijzing van het verzoek illustreert de starheid van het ambtelijk apparaat, dat zelfs onder de extreme omstandigheden van de oorlog vasthield aan anciënniteit (ervaring op de markt) als criterium voor vergunningverlening, ongeacht de persoonlijke nood van de aanvrager. J. Lubbers Gemeente Amsterdam