Archiefdocument
Origineel
17 maart 1944 De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst) De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier") extra (handgeschreven)
26/7/1M. SV.
17 Maart 1944.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.J. Looyen, houder van een marktplaats op de dagmarkt Dapperstraat op 10 Februari 1944 is overleden. Aan marktgeld is betaald:
Over den termijn van 1/1 - 31/8'44 f. 12.-
Aan marktgeld verschuldigd:
Over den termijn van 1/1 - 29/2'44 f. 5,20
te veel betaald: f. 6,80
=======
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat aan de weduwe Mevrouw J.Looyen-Zwaan, geboren 31 Augustus 1887 door den heer Burgemeester, krachtens artikel 36 van de Verordening op de Heffing van markt- standplaats- en ventgelden op gronden van billijkheid restitutie van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van f. 6,80 volgens bovenstaande berekening.
De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke brief waarin een verzoek wordt gedaan tot terugbetaling van teveel betaald marktgeld. De houder van een standplaats op de Dappermarkt in Amsterdam, de heer J.J. Looyen, is op 10 februari 1944 overleden. Omdat hij vooruit had betaald tot en met augustus 1944, wordt er berekend welk deel van dit bedrag (6,80 gulden) aan zijn weduwe moet worden gerestitueerd.
De brief is opgesteld in een zeer formele en beleefde stijl ("heb ik de eer U te berichten", "geef U beleefd in overweging"). Er wordt verwezen naar een specifiek artikel (art. 36) van de geldende lokale verordening om de juridische basis voor de restitutie op grond van "billijkheid" (redelijkheid) te onderbouwen. Het document dateert van maart 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlog en de bezetting bleven de dagelijkse bureaucratie en gemeentelijke administratie in steden als Amsterdam grotendeels functioneren volgens de bestaande regels.
De Dapperstraat is een bekende marktstraat in Amsterdam-Oost. Het feit dat de brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept hoe essentieel de markten waren voor de voedselvoorziening in de stad tijdens de oorlogsjaren. De vermelding van de geboortedatum van de weduwe (31 augustus 1887) was noodzakelijk voor de correcte identificatie in de bevolkingsregisters.