Archief 745
Inventaris 745-425
Pagina 423
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypt rapport (ambtelijke verklaring).

23 november 1944.

Origineel

Getypt rapport (ambtelijke verklaring). 23 november 1944. Nº 27/25/4 M.1944 v/n dH/HB.

Rapport.

W.J.Hoogendijk verklaart, dat bij den Burgemeester bekend is, dat bij zijn schoonouders, de fam. Verbaan, 1e Schinkelstraat 45 II, alle distributiebescheiden zijn gestolen. Ten einde zijn schoonouders te helpen, heeft Hoogendijk lucifers geruild voor broodbonnen. Hij had vijftig pak lucifers. Hij heeft echter geen enkel pak geruild, daar dit belet werd door den contrôleur. Staat geregeld op de markt met huishoudelijke artikelen. Is van huis uit geen marktkoopman, doch doet dit door de omstandigheden daartoe gedwongen. Hij verklaart dan ook nauwelijks als zoodanig zijn brood voor zijn gezin, bestaande uit man, vrouw en drie kinderen, te kunnen verdienen.

Verzoekt, daar hij geen andere inkomsten heeft, zijn plaats weer spoedig te mogen innemen.

Ten slotte verklaart hij, dat hij opgemelde handeling absoluut niet heeft gedaan om zwarten handel te plegen, daar hij zich daarmede nimmer inlaat.

23 November 1944,

De Inspecteur van het
Marktwezen, Dit rapport beschrijft een incident waarbij een marktkoopman, W.J. Hoogendijk, werd betrapt op een poging tot verboden ruilhandel. De kern van de zaak is de diefstal van de distributiebescheiden (bonkaarten) van zijn schoonouders. Zonder deze bescheiden was het in 1944 onmogelijk om legaal aan voedsel te komen. Hoogendijk probeerde dit op te lossen door vijftig pakjes lucifers te ruilen voor broodbonnen, maar werd voortijdig gestopt door een controleur.

De tekst is een verweerschrift. Hoogendijk voert verzachtende omstandigheden aan:
1. Familiale plicht: Hij deed het niet voor eigen gewin, maar om zijn bestolen schoonouders van honger te redden.
2. Economische nood: Hij is een 'gelegenheidskoopman' die door de oorlogsomstandigheden gedwongen is op de markt te staan om zijn gezin van vijf personen te onderhouden.
3. Ontkenning van criminaliteit: Hij distantieert zich expliciet van de "zwarte handel", die destijds zwaar werd gestraft en moreel veroordeeld, maar door velen uit noodzaak werd bedreven.

Het verzoek om zijn "plaats weer spoedig te mogen innemen" suggereert dat hij naar aanleiding van dit incident tijdelijk van de markt was geweerd of dat zijn vergunning in gevaar was. Het document dateert van 23 november 1944, het absolute begin van de Hongerwinter in West-Nederland. Na de geallieerde opmars in september 1944 werd het westen van Nederland afgesneden van voedselvoorzieningen uit het oosten en noorden. De schaarste was extreem; brandstof en voedsel waren vrijwel alleen nog op de zwarte markt of via ruilhandel verkrijgbaar tegen astronomische prijzen.

De Inspecteur van het Marktwezen hield toezicht op de orde en de naleving van de regels op de openbare markten. In een tijd van totale schaarste was de controle op distributiebonnen en het tegengaan van illegale handel een prioriteit voor de autoriteiten (zowel de Nederlandse politie/ambtenaren als de Duitse bezetter). De 1e Schinkelstraat ligt in de Schinkelbuurt in Amsterdam-Zuid, wat bevestigt dat dit een Amsterdams archiefstuk is. De diefstal van bonkaarten was in deze periode een catastrofe, omdat het bureaucratische proces om nieuwe kaarten aan te vragen traag was, terwijl de honger direct toesloeg.

Samenvatting

Dit rapport beschrijft een incident waarbij een marktkoopman, W.J. Hoogendijk, werd betrapt op een poging tot verboden ruilhandel. De kern van de zaak is de diefstal van de distributiebescheiden (bonkaarten) van zijn schoonouders. Zonder deze bescheiden was het in 1944 onmogelijk om legaal aan voedsel te komen. Hoogendijk probeerde dit op te lossen door vijftig pakjes lucifers te ruilen voor broodbonnen, maar werd voortijdig gestopt door een controleur.

De tekst is een verweerschrift. Hoogendijk voert verzachtende omstandigheden aan:
1. Familiale plicht: Hij deed het niet voor eigen gewin, maar om zijn bestolen schoonouders van honger te redden.
2. Economische nood: Hij is een 'gelegenheidskoopman' die door de oorlogsomstandigheden gedwongen is op de markt te staan om zijn gezin van vijf personen te onderhouden.
3. Ontkenning van criminaliteit: Hij distantieert zich expliciet van de "zwarte handel", die destijds zwaar werd gestraft en moreel veroordeeld, maar door velen uit noodzaak werd bedreven.

Het verzoek om zijn "plaats weer spoedig te mogen innemen" suggereert dat hij naar aanleiding van dit incident tijdelijk van de markt was geweerd of dat zijn vergunning in gevaar was.

Historische Context

Het document dateert van 23 november 1944, het absolute begin van de Hongerwinter in West-Nederland. Na de geallieerde opmars in september 1944 werd het westen van Nederland afgesneden van voedselvoorzieningen uit het oosten en noorden. De schaarste was extreem; brandstof en voedsel waren vrijwel alleen nog op de zwarte markt of via ruilhandel verkrijgbaar tegen astronomische prijzen.

De Inspecteur van het Marktwezen hield toezicht op de orde en de naleving van de regels op de openbare markten. In een tijd van totale schaarste was de controle op distributiebonnen en het tegengaan van illegale handel een prioriteit voor de autoriteiten (zowel de Nederlandse politie/ambtenaren als de Duitse bezetter). De 1e Schinkelstraat ligt in de Schinkelbuurt in Amsterdam-Zuid, wat bevestigt dat dit een Amsterdams archiefstuk is. De diefstal van bonkaarten was in deze periode een catastrofe, omdat het bureaucratische proces om nieuwe kaarten aan te vragen traag was, terwijl de honger direct toesloeg.

Locaties

1e Schinkelstraat 45 II (Amsterdam).

Gerelateerde Documenten 6