Officieel rapport van de Inspecteur van het Marktwezen.
Origineel
Officieel rapport van de Inspecteur van het Marktwezen. 23 november 1944. No 27/25/4 M. 1944 4/12 [stempel/handgeschreven]
dH/HB.
R a p p o r t.
[handgeschreven in rood potlood/inkt: u / met streep]
W.J.Hoogendijk verklaart, dat bij den Burgemeester bekend is, dat bij zijn schoonouders, de fam. Verbaan, 1e Schinkelstraat 45 II, alle distributiebescheiden zijn gestolen. Ten einde zijn schoonouders te helpen, heeft Hoogendijk lucifers geruild voor broodbonnen. Hij had vijftig pak lucifers. Hij heeft echter geen enkel pak geruild, daar dit belet werd door den contrôleur. Staat geregeld op de markt met huishoudelijke artikelen. Is van huis uit geen marktkoopman, doch doet dit door de omstandigheden daartoe gedwongen. Hij verklaart dan ook nauwelijks als zoodanig zijn brood voor zijn gezin, bestaande uit man, vrouw en drie kinderen, te kunnen verdienen.
Verzoekt, daar hij geen andere inkomsten heeft, zijn plaats weer spoedig te mogen innemen.
Ten slotte verklaart hij, dat hij opgemelde handeling absoluut niet heeft gedaan om zwarten handel te plegen, daar hij zich daarmede nimmer inlaat.
23 November 1944,
De Inspecteur van het
Marktwezen,
[Handtekening: Van de Laar]
[Links onderaan handgeschreven initialen in rood: h... / an met streep] Het document is een rapport over een overtreding van de marktregels door W.J. Hoogendijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoogendijk werd betrapt terwijl hij probeerde vijftig pakken lucifers te ruilen voor broodbonnen. Hij voert als verzachtende omstandigheid aan dat dit een noodgreep was om zijn schoonouders te helpen, wier distributiebescheiden (voedselbonnen) waren gestolen.
De kern van zijn verdediging rust op drie punten:
1. Noodzaak: Zijn schoonouders hadden geen bonnen meer door diefstal.
2. Geen voldongen feit: De ruil heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden omdat een controleur tussenbeide kwam.
3. Sociale status: Hij is geen professionele marktkoopman maar een 'gelegenheids-handelaar' die uit pure armoede probeert zijn gezin (vijf personen) te onderhouden.
Het rapport eindigt met een nadrukkelijke ontkenning dat hij zich inlaat met de "zwarten handel", een zwaarbeladen term in oorlogstijd die vaak leidde tot strenge straffen of uitsluiting van de markt. Dit document stamt uit november 1944, de periode die in West-Nederland bekend staat als het begin van de Hongerwinter. Door de spoorwegstaking en de blokkades door de bezetter ontstonden enorme tekorten aan voedsel en brandstof.
De "distributiebescheiden" waarover gesproken wordt, waren essentieel om legaal aan voedsel te komen. Het stelen of verliezen daarvan was in die tijd een catastrofe. Ruilhandel (barter) werd een overlevingsstrategie, maar de autoriteiten (zowel de Nederlandse ambtenarij als de bezetter) probeerden grip te houden op de schaarste via de Inspectie van het Marktwezen.
Het document illustreert de grijze zone tussen burenhulp/familiehulp en illegale zwarte handel. De wanhopige toon van Hoogendijk — die wijst op zijn drie kinderen en het feit dat hij "nauwelijks zijn brood kan verdienen" — is typerend voor de sociale ellende in de grote steden aan het eind van 1944. De 1e Schinkelstraat ligt in de Schinkelbuurt in Amsterdam-Zuid, wat bevestigt dat dit een lokale Amsterdamse kwestie betreft. W.J. Hoogendijk Marktwezen