Ambtelijke brief/doorslag.
Origineel
Ambtelijke brief/doorslag. 21 november 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Dienst der Markten). [Handgeschreven aantekening bovenaan:] Verzonden 22/11 mp
27/25/3M. 1 21 November 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen, afschrift van een rapport opgemaakt door ambtenaren van mijn dienst, waaruit blijkt, dat W.J.Hoogendijk, geboren 7 Maart 1903, wonende Mercatorstraat 15 I, alhier, de goede orde op de markt Ten Katestraat ernstig in gevaar heeft gebracht, door lucifers te ruilen voor broodbonnen (1 pak lucifers voor 1 ½ brood).
Op grond hiervan heb ik Hoogendijk voornoemd met ingang van Woensdag 22 November 1944 het recht ontzegd om gedurende 14 dagen een plaats op een der markten te dezer stede in te nemen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat in aansluiting op mijn straf genoemde koopman bij Besluit van den Burgemeester het recht tot het innemen van een plaats op een der markten hier ter stede voorgoed wordt ontnomen, op grond van het bepaalde in artikel 39 van het Reglement op de markten en wel met ingang van Woensdag 6 December 1944.
De Directeur, De brief betreft een tuchtmaatregel tegen een koopman, W.J. Hoogendijk, die actief was op de Ten Katemarkt in Amsterdam. Hij is betrapt op het ruilen van lucifers tegen broodbonnen (koers: 1 pak lucifers voor 1,5 brood). In de context van de extreme voedselschaarste werd dit gezien als een ernstige verstoring van de openbare orde en het distributiesysteem.
De directeur van de marktdienst heeft de man direct voor 14 dagen geschorst (vanaf 22 november 1944). Hij verzoekt de wethouder nu om bij de burgemeester te bepleiten dat deze schorsing wordt omgezet in een definitief verbod ("voorgoed wordt ontnomen") op basis van het markreglement, ingaande na afloop van de tijdelijke schorsing op 6 december 1944. Dit document stamt uit november 1944, het begin van de Hongerwinter in het bezette West-Nederland. Door de spoorwegstaking en de Duitse blokkades was de voedselvoorziening in steden als Amsterdam nagenoeg ingestort. Broodbonnen waren letterlijk van levensbelang.
Ruilhandel ("zwarte handel") buiten de officiële kanalen om werd door de autoriteiten (zowel de bezetter als het Nederlandse civiele bestuur) streng bestraft om te voorkomen dat schaarse goederen en bonnen in het illegale circuit verdwenen. De Mercatorstraat en de Ten Katestraat bevinden zich in Amsterdam-West; de Ten Katemarkt is nog steeds een bekende dagmarkt in deze buurt. De straf—het voorgoed verliezen van zijn standplaats en daarmee zijn broodwinning—is extreem zwaar, wat de ernst van de situatie tijdens de oorlogsmaanden onderstreept.