Archiefdocument
Origineel
28 februari 1944 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een daaraan gelieerde gemeentelijke dienst) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam) 37/28/1 6 28 Februari 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
==========
In bijlage dezes heb ik de eer U
te doen geworden twee contracten in duplo
betreffende de pakhuisafdeelingen nos. 1 en
19 van de hal op de Centrale Markt;
een contract in duplo betreffende de pak-
huisafdeeling no.9 van pier E op de Centra-
le Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel
te willen bevorderen, dat deze contracten
door den heer Burgemeester worden geteekend.
Daarna gelieve U ze mij te doen terugzenden,
teneinde voor registratie te kunnen zorg-
dragen.
De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke brief waarin de Directeur (waarschijnlijk van de Marktwezen) drie pachtcontracten (in tweevoud) aanbiedt aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De contracten hebben betrekking op specifieke ruimtes op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). Het doel van de brief is de wethouder te vragen zorg te dragen voor de ondertekening door de Burgemeester, waarna de documenten terug moeten voor de officiële registratie. De toon is uiterst beleefd en formeel ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken"). De brief dateert van februari 1944, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. In deze fase van de oorlog was de voedselvoorziening een cruciaal en uiterst gevoelig onderwerp vanwege de toenemende schaarste en het strenge distributiesysteem. De Centrale Markt in Amsterdam speelde een sleutelrol in de opslag en distributie van voedsel voor de stad.
De genoemde "Burgemeester" in 1944 was de pro-Duitse Edward Voûte. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een functie met grote verantwoordelijkheid, aangezien de gemeente direct betrokken was bij het draaiende houden van de voedselketen onder toezicht van de bezetter. Het feit dat dit soort administratieve processen gewoon doorgingen, toont de continuïteit van het ambtelijk apparaat, zelfs onder de moeilijke omstandigheden van de oorlogstijd.