Archief 745
Inventaris 745-430
Pagina 292
Dossier 29
Jaar 1944
Stadsarchief

Brief (formele klacht)

14 juni 1944 Van: Onbekend (bewoner van de Nieuwe Keizersgracht)

Origineel

Brief (formele klacht) 14 juni 1944 Onbekend (bewoner van de Nieuwe Keizersgracht) Amsterdam 14/6 ’44.

Aan de Commissie van
Toezicht op den detailhandel
van vischverkoop
Amsterdam

Mijne Heeren!

Bij dezen ben ik zo vrij onderstaand onder uwe welwillende aandacht te brengen, dat de vischhandelaar Ros, Oostenburgergracht 11 alhier, nummers uitgaf aan menschen die ook reeds voor 1939 klant bij hem waren (zeg ooit met Uw toestemming te mogen).

dat ik reeds vanaf 1923 klant van hem ben (hoewel de laatste paar maanden minder bij hem in de rij gestaan dan voorheen wegens mijne bronchitis).

dat ik hem ook om een no [nummer] verzocht doch hij mij dit weigert omdat ik niet meer op Oostenburg woon doch Nieuwe Keizersgracht.

dat hij zei indien ik nog op Oostenburg woonde nog wel een nummer voor mij beschikbaar te hebben.

dat het mij bekend is dat aan de Oostenburgergracht een gezin is dat er pas enige maanden woont en nooit klant van hem was wel een nummer door hem is verstrekt,

dat dus dergelijke menschen in het bezit zijn van nummers die m.i. naar recht en billijkheid aan zijn oude klanten behoren gegeven te worden.

dat het uw oordeel misschien zal zijn dat ik moet wachten visch te verkrijgen op het Waterlooplein (vischstandplaats).

dat ik mij er echter op beroep dat al zijn klanten met nummers ook visch kunnen betrekken op standplaatsen Kattenburg en Waterlooplein, immers van enige distributieregelen van vischvoorziening is tot op heden geen sprake,

dat U het toch met mij eens zal [tekst breekt af] De brief is een formeel klaagschrift van een burger gericht aan een toezichthoudend orgaan tijdens de Duitse bezetting. De kern van de klacht is de (on)eerlijke verdeling van ‘nummers’ (wachtrij-tickets) door een specifieke visboer genaamd Ros, gevestigd aan de Oostenburgergracht 11.

De schrijver voert aan dat hij/zij al sinds 1923 klant is, maar nu wordt uitgesloten omdat hij/zij verhuisd is naar de Nieuwe Keizersgracht. Volgens de schrijver krijgen nieuwe bewoners in de straat van de viswinkel wél nummers, ook al zijn zij geen vaste klant. De schrijver beroept zich op "recht en billijkheid" en wijst erop dat er geen officiële distributieregels (rantsoenering) voor vis bestaan die deze uitsluiting rechtvaardigen. Het handschrift is verzorgd en de toon is beleefd doch dringend. Dit document stamt uit juni 1944, een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog (vlak na D-Day). In het bezette Nederland was de voedselsituatie precair. Hoewel veel producten op de bon waren, was de handel in vis vaak minder streng gereguleerd door de centrale overheid, wat leidde tot lokale systemen waarbij winkeliers eigen "nummers" uitgaven om de enorme rijen en schaarste te beheersen.

De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd en de spanningen die ontstonden door schaarste. Het noemen van locaties zoals de Oostenburgergracht, het Waterlooplein en Kattenburg plaatst het schrijven midden in de Amsterdamse Jodenbuurt en de omliggende arbeiderswijken, die in deze periode zwaar getroffen waren door de deportaties en economische malaise. De Commissie van Toezicht waar de brief aan gericht is, moest toezien op een ordentelijk verloop van de handel in deze schaarse goederen. Puls

Samenvatting

De brief is een formeel klaagschrift van een burger gericht aan een toezichthoudend orgaan tijdens de Duitse bezetting. De kern van de klacht is de (on)eerlijke verdeling van ‘nummers’ (wachtrij-tickets) door een specifieke visboer genaamd Ros, gevestigd aan de Oostenburgergracht 11.

De schrijver voert aan dat hij/zij al sinds 1923 klant is, maar nu wordt uitgesloten omdat hij/zij verhuisd is naar de Nieuwe Keizersgracht. Volgens de schrijver krijgen nieuwe bewoners in de straat van de viswinkel wél nummers, ook al zijn zij geen vaste klant. De schrijver beroept zich op "recht en billijkheid" en wijst erop dat er geen officiële distributieregels (rantsoenering) voor vis bestaan die deze uitsluiting rechtvaardigen. Het handschrift is verzorgd en de toon is beleefd doch dringend.

Historische Context

Dit document stamt uit juni 1944, een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog (vlak na D-Day). In het bezette Nederland was de voedselsituatie precair. Hoewel veel producten op de bon waren, was de handel in vis vaak minder streng gereguleerd door de centrale overheid, wat leidde tot lokale systemen waarbij winkeliers eigen "nummers" uitgaven om de enorme rijen en schaarste te beheersen.

De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd en de spanningen die ontstonden door schaarste. Het noemen van locaties zoals de Oostenburgergracht, het Waterlooplein en Kattenburg plaatst het schrijven midden in de Amsterdamse Jodenbuurt en de omliggende arbeiderswijken, die in deze periode zwaar getroffen waren door de deportaties en economische malaise. De Commissie van Toezicht waar de brief aan gericht is, moest toezien op een ordentelijk verloop van de handel in deze schaarse goederen.

Locaties

Waterlooplein

Producten

Dieren: Kat Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Puls

Gerelateerde Documenten 5