Ambtsbrief (doorslag/kopie) van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtsbrief (doorslag/kopie) van de gemeente Amsterdam. 12 juli 1944. De Directeur en de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Linksboven, getypt:]
46a/132/2M. vD/SV.
1
[Rechtsboven, getypt:]
12 Juli 1944.
[Middenboven, handgeschreven:]
Verzonden 12/7
A.V.X
deb L.K
[Onderwerpregel, links:]
Tijdelijke hulp-
markten voor den
verkoop van visch.
[Adressering, rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
===========
[Body tekst:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d.
10 dezer om advies ontvangen stukken no.363 L.M. 1944
hebben de ondergeteekenden de eer U, onder verwijzing
naar den brief van den eersten ondergeteekende d.d. 20
April 1944 no. 46a/64/2 en de bespreking, welke zij met
U over het onderhavige onderwerp mochten hebben, te be-
richten, dat sinds 3 Juli jl. de tijdelijke hulpmarkten
voor den verkoop van visch, als gevolg van den zeer ver-
minderden aanvoer van visch niet meer worden bezet. De
kooplieden, die op deze markten een plaats bezetten, zijn
weer op de oude markten ingedeeld. Het ligt in onze be-
doeling om de kooplieden van de oude markten regelmatig
naar de tijdelijke hulpmarkten te dirigeeren, zoodat de
omwonenden van deze markten toch vrijgeregeld zij het dan
weinig visch kunnen koopen. Bijvoorbeeld de bezetting van
de Albert Cuypstraat naar de Lekstraat; Dapperstraat
naar Pretoriusplein, Ten Katestraat naar Surinameplein
enz.
Wij geven U in overweging der adressante hiervan
mededeeling te doen.
[Ondertekening:]
De Directeur,
De Gemeentelijke Adviseur
voor Voedings- en Distri-
butieaangelegenheden, Dit document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen betreffende de logistiek van de visverkoop in de stad tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog.
De kern van de brief is de mededeling dat de tijdelijke hulpmarkten per 3 juli 1944 niet meer permanent bemand worden. De reden hiervoor is een "zeer verminderden aanvoer van visch". Om de schaarse voorraad toch eerlijk te verdelen over de stad, wordt voorgesteld om kooplieden van de grote, gevestigde markten (zoals de Albert Cuyp) periodiek te laten rouleren naar de tijdelijke locaties in de omliggende wijken (zoals de Lekstraat in de Rivierenbuurt).
De gehanteerde terminologie ("kantbrief", "10 dezer", "ondergeteekenden") is typerend voor de formele, ietwat archaïsche ambtelijke correspondentie van die tijd. De datum, 12 juli 1944, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting, ruim een maand na D-Day. De voedselsituatie in Nederland werd in deze periode steeds nijpender. De visserij op de Noordzee was door de bezetter nagenoeg stilgelegd vanwege de bouw van de Atlantikwall en het gevaar van mijnen en luchtaanvallen. Dit verklaart de in de brief genoemde "zeer verminderden aanvoer".
De genoemde locaties zijn iconische Amsterdamse marktplekken:
* Albert Cuypstraat (Zuid) naar Lekstraat (Rivierenbuurt).
* Dapperstraat (Oost) naar Pretoriusplein (Transvaalbuurt).
* Ten Katestraat (West) naar Surinameplein (Hoofddorppleinbuurt).
De brief illustreert de administratieve inspanningen om de distributie van schaarse levensmiddelen in goede banen te leiden, vlak voordat de situatie in de daaropvolgende Hongerwinter (1944-1945) volledig zou escaleren.