Getypte brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen. 19 januari 1944. De Directeur (van een niet nader genoemde Duitse instantie, waarschijnlijk verbonden aan de Wirtschaftsprüfstelle of het Reichskommissariat). De heer O.W.D. Wappler, Keizersgracht 810, Amsterdam-Centrum. [Linksboven, getypt:] 46b/2/2M.
[Middenboven, handgeschreven in blauw/paarse inkt:] Verzonden 19/1
[Rechtsboven, getypt:] VB/SV
19 Januari 1944.
Herrn O.W.D. Wappler
Keizersgracht 810
Amsterdam-Centrum.
==================
Betrifft: Liquidation der Firma G.Wijnschenk,
Weesperstraat 107, Amsterdam. Omnia: W 2168.
Antwortlich Ihres Schreibens vom
5. Januar teile ich Ihnen mit, dasz frei-
werdende Fischkontingente sofort nach Ein-
ziehung der Zuweisungen auf die übrigen
Abnehmer umgelegt werden. Die Umlegung
auf die arischen Abnehmer der Fischkon-
tingente, welche ehedem der obigen Firma
zugewiesen wurden ist, bereits von meinem
Dienste veranlasst worden.
Der Direktor, Deze brief is een administratief bewijsstuk van de economische uitsluiting en beroving van Joodse ondernemers tijdens de bezetting.
- Kernboodschap: De brief bevestigt dat de "visquota" (rationeringsrechten voor de handel in vis) van de geliquideerde Joodse firma G. Wijnschenk zijn ingetrokken. Belangrijker nog is de mededeling dat deze quota inmiddels zijn herverdeeld onder "arische Abnehmer" (Arische afnemers).
- Taalgebruik: Het gebruik van de term "arisch" is typerend voor de nazi-ideologie, waarbij economische rechten werden ontnomen aan Joden en overgedragen aan niet-Joden als onderdeel van de zogenaamde "arisering".
- Administratieve context: De referentie "Omnia: W 2168" verwijst naar de Omnia-Treuhandgesellschaft, een organisatie die door de bezetter werd ingezet voor de liquidatie van Joodse bedrijven en vermogens. De handgeschreven Nederlandse opmerking "Verzonden 19/1" duidt op de betrokkenheid van (ondergeschikt) Nederlands personeel bij de uitvoering van deze administratie. De firma G. Wijnschenk was gevestigd aan de Weesperstraat 107, midden in de Joodse buurt van Amsterdam. Tijdens de bezetting werden Joodse bedrijven stelselmatig onder beheer gesteld van een Verwalter of direct geliquideerd.
In januari 1944 was de Jodenvervolging in Nederland in een vergevorderd stadium; het overgrote deel van de Joodse bevolking was toen al gedeporteerd. Dit document laat zien hoe de bezetter tot in de kleinste details (zoals de toewijzing van visquota) de restanten van Joods economisch leven verdeelde onder de rest van de bevolking. De ontvanger, O.W.D. Wappler, was mogelijk een beheerder, accountant of een betrokken ambtenaar die toezag op deze "arisering". De Keizersgracht 810, het adres van de ontvanger, was in die tijd een pand waar diverse zakelijke en administratieve diensten waren gevestigd.