Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 14
Dossier 113
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/afschrift).

1 februari 1944. Van: O.W.D. Wappler, Sachbearbeiter bij de "Omnia" Treuhandgesellschaft M.B.H. (Amsterdam). Aan: Bedrijfsraad van Visscherijproducten / Nederlandsche Visscherijcentrale (Den Haag).

Origineel

Getypte brief (doorslag/afschrift). 1 februari 1944. O.W.D. Wappler, Sachbearbeiter bij de "Omnia" Treuhandgesellschaft M.B.H. (Amsterdam). Bedrijfsraad van Visscherijproducten / Nederlandsche Visscherijcentrale (Den Haag). AFSCHRIFT.-

O.W.D.Wappler.
Sachbearbeiter der "Omnia".
Treuhandgesellschaft M.B.H.

Amsterdam, 1.Februar 1944.
Keizersgracht 810. Tel. 35907.
O/59 Rs.

Bedrijfsraad van Visscherijproducten,
Nederlandsche Visscherijcentrale,

D e n H a a g .

2e Adelheidstraat 300.

Betr.: Liquidation Firma G.Wijnschenk, Vischhandel, Weesperstr.107,
Amsterdam.
OMNIA: W 2168.


Durch Anordnung vom 27.bezw.29.11.43 des Herrn Reichskommissar für
die besetzten niederländischen Gebiete sind wir beauftragt worden,
die Liquidation obiger Firma durchzuführen.

Die Wirtschaftsprüfstelle hat die Weisung erteilt, dass freiwerdende
Kontingent, die ehedem Wijnschenk zugewiesen waren, auf Herrn
E.Dekker, Vondellaan 59, Driehuis, übertragen werden, wie aus bei-
gehender Photokopie ersichtlich.

Herr Dekker jat sich beim Gemeente Vischafslag, Amsterdam, de Ruyter-
kade erkundigt und erfahren, dass dort keine Kontingente auf dem
Namen Wijnschenk laufen würden.

Ich darf Sie bitten, dieser Sache nachzugehen, bezw. zu veranlassen,
dass die Umlegung auf Herrn Dekker nunmehr ehestens stattfindet.
Die Photokopie wollen Sie mir nach Einsichtnahme bitte zurückreichen.

                                      Heil Hitler !
                                Der Treuhänder
                                OMNIA
                                Treugesellschaft M.B.H.
                                w.g. Wappler.

                          voor eensluidend afschrift,

1.Photokopie. BEDRIJFSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN,

                          [Handtekening] Dit document is een direct bewijsstuk van de "arisering" van Joodse bedrijven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de brief is de administratieve afhandeling van de diefstal van een bedrijf.
  • De daders: De Omnia Treuhandgesellschaft was een door de nazi's opgetuigde organisatie die belast was met het liquideren of "ariseren" (overdragen aan niet-Joden) van Joodse vermogens en ondernemingen. De brief wordt afgesloten met de nationaalsocialistische groet "Heil Hitler".
  • Het slachtoffer: Firma G. Wijnschenk, een viskoper gevestigd in de Weesperstraat 107, een straat in de van oudsher Joodse buurt van Amsterdam. Op basis van de opdracht van de Reichskommissar (Seyss-Inquart) wordt zijn levenswerk vernietigd.
  • De begunstigde: E. Dekker uit Driehuis. Hij krijgt de "vrijgekomen" contingenten (visrechten/vergunningen) toegewezen die voorheen aan Wijnschenk toebehoorden.
  • Bureaucratische frictie: De brief toont de bureaucratische aard van de bezetter. Er is verwarring omdat de visafslag in Amsterdam de bewuste contingenten niet op naam van Wijnschenk kan vinden. Wappler verzoekt het Nederlandse controle-orgaan (de Bedrijfsraad van Visscherijproducten) om dit uit te zoeken en de overdracht aan Dekker te bespoedigen.
  • Opmerkelijke fout: In de derde alinea staat een typefout: "jat sich" in plaats van "hat sich". In februari 1944 was de systematische uitsluiting en beroving van de Joodse bevolking in Nederland nagenoeg voltooid. De meeste Joodse ondernemers waren op dit punt al hun bezit kwijtgeraakt en gedeporteerd. De firma Omnia speelde een cruciale rol in het juridisch en administratief dichttimmeren van deze onteigeningen.

De locatie van het kantoor van de Omnia aan de Keizersgracht 810 was het zenuwcentrum voor de afhandeling van kleine en middelgrote Joodse zaken. Dit document illustreert hoe Nederlandse instanties, zoals de "Bedrijfsraad van Visscherijproducten", werden ingezet om de verordeningen van de bezetter uit te voeren, vaak simpelweg als onderdeel van de dagelijkse administratieve gang van zaken. Gerrit Wijnschenk, de eigenaar van de zaak, werd in 1943 via Westerbork naar Sobibor gedeporteerd, waar hij werd vermoord. Dit document legt de laatste administratieve sporen vast van het bedrijf dat hij achterliet.

Samenvatting

Dit document is een direct bewijsstuk van de "arisering" van Joodse bedrijven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de brief is de administratieve afhandeling van de diefstal van een bedrijf.

  • De daders: De Omnia Treuhandgesellschaft was een door de nazi's opgetuigde organisatie die belast was met het liquideren of "ariseren" (overdragen aan niet-Joden) van Joodse vermogens en ondernemingen. De brief wordt afgesloten met de nationaalsocialistische groet "Heil Hitler".
  • Het slachtoffer: Firma G. Wijnschenk, een viskoper gevestigd in de Weesperstraat 107, een straat in de van oudsher Joodse buurt van Amsterdam. Op basis van de opdracht van de Reichskommissar (Seyss-Inquart) wordt zijn levenswerk vernietigd.
  • De begunstigde: E. Dekker uit Driehuis. Hij krijgt de "vrijgekomen" contingenten (visrechten/vergunningen) toegewezen die voorheen aan Wijnschenk toebehoorden.
  • Bureaucratische frictie: De brief toont de bureaucratische aard van de bezetter. Er is verwarring omdat de visafslag in Amsterdam de bewuste contingenten niet op naam van Wijnschenk kan vinden. Wappler verzoekt het Nederlandse controle-orgaan (de Bedrijfsraad van Visscherijproducten) om dit uit te zoeken en de overdracht aan Dekker te bespoedigen.
  • Opmerkelijke fout: In de derde alinea staat een typefout: "jat sich" in plaats van "hat sich".

Historische Context

In februari 1944 was de systematische uitsluiting en beroving van de Joodse bevolking in Nederland nagenoeg voltooid. De meeste Joodse ondernemers waren op dit punt al hun bezit kwijtgeraakt en gedeporteerd. De firma Omnia speelde een cruciale rol in het juridisch en administratief dichttimmeren van deze onteigeningen.

De locatie van het kantoor van de Omnia aan de Keizersgracht 810 was het zenuwcentrum voor de afhandeling van kleine en middelgrote Joodse zaken. Dit document illustreert hoe Nederlandse instanties, zoals de "Bedrijfsraad van Visscherijproducten", werden ingezet om de verordeningen van de bezetter uit te voeren, vaak simpelweg als onderdeel van de dagelijkse administratieve gang van zaken. Gerrit Wijnschenk, de eigenaar van de zaak, werd in 1943 via Westerbork naar Sobibor gedeporteerd, waar hij werd vermoord. Dit document legt de laatste administratieve sporen vast van het bedrijf dat hij achterliet.

Gerelateerde Documenten 6