Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 226
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypt vervolgblad van een brief (pagina 2).

30 augustus 1944. Van: Bedrijfschap voor Visscherijproducten / Nederlandsche Visscherijcentrale.

Origineel

Getypt vervolgblad van een brief (pagina 2). 30 augustus 1944. Bedrijfschap voor Visscherijproducten / Nederlandsche Visscherijcentrale. BEDRIJFSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE

Vervolgblad 2 van schrijven dd. 30 Augustus '44 no. 17782/V/Kr.
aan: den Hr. Dir. van het Marktwezen te Amsterdam.

2e dat geen rekening is gehouden met de continuïteit van het bedrijf.

Wij willen deze twee punten nog even nader uitwerken.

ad 1 Zooals bekend zal zijn, heeft het probleem van de erkenningen nog steeds niet zijn beslag gekregen, omdat het een werk is, dat veel tijd vergt, daar elk van de kleinhandelaren afzonderlijk moet worden onderzocht. Tot zoo lang is de verdeeling van visch dus niet gebaseerd op toewijzingen aan erkende handelaren, doch is in principe de verdeeling gebaseerd op de afname in de basisperiode van de desbetreffende visscherijproducten. Sterft dus iemand, die op grond van afname in deze basisperiode recht op een toewijzing van visch zou hebben, dan ligt het voor de hand, dat, met toestemming natuurlijk van het Bedrijfschap, de toewijzing overgaat op dengene, die als rechthebbende kan optreden, in het onderhavige geval de Wed. Helsloot of een der kinderen.

Dit zou voorheen moeilijkheden gegeven kunnen hebben, daar de rechthebbende een georganiseerde vischhandelaar moest zijn, doch de Verordening op den Afzet van Visch maakt het mogelijk, door het geven van opdrachten tot toewijzing, deze personen in te schakelen. Wij geven toe, dat het over het algemeen niet raadzaam zal zijn, speciaal met het oog op latere erkenningen, menschen in te schakelen van wie kan worden aangenomen, dat zij later niet als kleinhandelaar zullen worden erkend, doch de oorlogsomstandigheden kunnen een situatie scheppen, waarbij tegenover een rechthebbende groote onbillijkheden worden gepleegd, indien hij niet voor een toewijzing in aanmerking kan komen. Met de Wed. Helsloot betreft het o.i. hier een dergelijk geval. Zij is immers rechthebbende en om haar met haar groote gezin door deze moeilijke omstandigheden heen te helpen, is zij ingeschakeld bij den kleinhandel te Amsterdam.

Wij zijn van meening, dat tijdens den duur van den oorlog de gevallen van overdracht incidenteel moeten worden bezien, doch dat, zoodra de erkenning eenmaal in vollen omvang in werking is getreden, onmiddellijk volgens algemeene richtlijnen over toewijzingen dient te worden beslist.

ad 2 De continuïteit van het bedrijf eischt in vele gevallen de instandhouding van bepaalde bedrijven. Wij behoeven hier slechts te verwijzen naar gevallen, waarin bij wijze van straf het bedrijf van een groothandelaar wordt stilgelegd. Als principe houdt het Bedrijfschap voor Visscherijproducten hierbij aan, dat de afnemers van een dergelijken groothandelaar niet de dupe mogen worden van onrechtmatigheden, door dezen gepleegd. Een dergelijk standpunt kan o.i. ook worden ingenomen voor den kleinhandelaar ten opzichte van diens klanten. Dit zal nog sterker spreken in plaatsen, waarin een normale distributie is ingevoerd. Immers de kleinhandel is dan zoodanig over de stedelijke bevolking verdeeld, dat elke wijk zooveel kleinhandelaren krijgt, dat per inwoner een zelfde hoeveelheid visch ter beschikking staat. Het uitvallen van een kleinhandelaar en verdeeling van diens toewijzing over alle anderen zou tot gevolg hebben, dat het evenwicht

-3-
17678-'36 * Kernboodschap: De brief pleit voor een pragmatische aanpak van de visdistributie in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Er wordt beargumenteerd waarom een weduwe (Wed. Helsloot) het recht op de vis-toewijzing van haar overleden echtgenoot moet kunnen overnemen, ondanks het ontbreken van een officiële erkenning als visfhandelaar.
* Bureaucratische traagheid: Het document onthult dat het proces van 'erkenningen' (het licenseren van handelaren) zeer traag verliep omdat elke handelaar individueel onderzocht moest worden. Hierdoor bleef men noodgedwongen werken met historische verkoopcijfers ("basisperiode") als maatstaf voor toewijzing.
* Sociale overweging: Er is een duidelijke humanitaire component; de schrijver wijst op het "groote gezin" van de weduwe en de "moeilijke omstandigheden" (de oorlog), wat een afwijking van de strikte regels rechtvaardigt.
* Logistiek argument: De continuïteit van de visvoorziening per wijk wordt als cruciaal gezien. In een systeem van rantsoenering/distributie zorgt het verdwijnen van één kleinhandelaar voor een verstoring van de balans in de voedselvoorziening van een specifieke buurt. * Tijdsgeest: Augustus 1944 was een uiterst gespannen periode in bezet Nederland, vlak voor 'Dolle Dinsdag' en de daaropvolgende Hongerwinter. Voedselvoorziening was een zaak van kritiek belang en werd streng gereguleerd door de bezetter en de daaraan gelieerde instanties.
* De instantie: Het 'Bedrijfschap voor Visscherijproducten' was een zogenaamd publiekrechtelijk bedrijfslichaam, opgericht tijdens de bezetting om de vissector centraal aan te sturen (corporatisme).
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (zoals "visscherij", "zooveel", "onbillijkheden") en een formele, ambtelijke stijl die typerend is voor de Nederlandse administratie uit die tijd.
* Distributiesysteem: De tekst geeft inzicht in hoe het distributiesysteem van vis werkte: niet op basis van vrije markt, maar op basis van historische rechten en strikte ruimtelijke spreiding om elke burger een gelijke (beperkte) hoeveelheid te garanderen.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De brief pleit voor een pragmatische aanpak van de visdistributie in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Er wordt beargumenteerd waarom een weduwe (Wed. Helsloot) het recht op de vis-toewijzing van haar overleden echtgenoot moet kunnen overnemen, ondanks het ontbreken van een officiële erkenning als visfhandelaar.
  • Bureaucratische traagheid: Het document onthult dat het proces van 'erkenningen' (het licenseren van handelaren) zeer traag verliep omdat elke handelaar individueel onderzocht moest worden. Hierdoor bleef men noodgedwongen werken met historische verkoopcijfers ("basisperiode") als maatstaf voor toewijzing.
  • Sociale overweging: Er is een duidelijke humanitaire component; de schrijver wijst op het "groote gezin" van de weduwe en de "moeilijke omstandigheden" (de oorlog), wat een afwijking van de strikte regels rechtvaardigt.
  • Logistiek argument: De continuïteit van de visvoorziening per wijk wordt als cruciaal gezien. In een systeem van rantsoenering/distributie zorgt het verdwijnen van één kleinhandelaar voor een verstoring van de balans in de voedselvoorziening van een specifieke buurt.

Historische Context

  • Tijdsgeest: Augustus 1944 was een uiterst gespannen periode in bezet Nederland, vlak voor 'Dolle Dinsdag' en de daaropvolgende Hongerwinter. Voedselvoorziening was een zaak van kritiek belang en werd streng gereguleerd door de bezetter en de daaraan gelieerde instanties.
  • De instantie: Het 'Bedrijfschap voor Visscherijproducten' was een zogenaamd publiekrechtelijk bedrijfslichaam, opgericht tijdens de bezetting om de vissector centraal aan te sturen (corporatisme).
  • Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (zoals "visscherij", "zooveel", "onbillijkheden") en een formele, ambtelijke stijl die typerend is voor de Nederlandse administratie uit die tijd.
  • Distributiesysteem: De tekst geeft inzicht in hoe het distributiesysteem van vis werkte: niet op basis van vrije markt, maar op basis van historische rechten en strikte ruimtelijke spreiding om elke burger een gelijke (beperkte) hoeveelheid te garanderen.

Gerelateerde Documenten 6