Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 233
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

46b/43/11

                                                    tmp
                         Verzonden 10/8
                                        [paraaf]                               vD/RP.

                                                                10 Augustus 1944

                                                         den Heer Directeur van het
                                                         Bedrijfschap voor Visscherij-
                                                         producten,
                                                         2e.Adelheidstraat 300.
                                                         's-G r a v e n h a g e.
                                                         ====================

                Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28 Juni jl. no.13827/
V/Kk.,bericht ik U, dat ik de uitvoering van de in Uw brief ver-
melde aanwijzing heb aangehouden. Ik heb hieromtrent reeds
eenige malen telefonisch met Uwen Heer Mr. Vijftigschilt gespro-
ken, die het met Uwen Heer Kranenburg zou behandelen; tot nog
toe heb ik evenwel geen enkel bericht ontvangen, zoodat ik thans
de motieven voor het aanhouden schriftelijk te Uwer kennis breng.
                Kortheidshalve leg ik hierbij een afschrift over van
onzen brief d.d. 28 Februari 1944 aan het Gemeentebestuur, waar-
in het principe van de overschrijving van vischtoewijzing is be-
handeld. Het Gemeentebestuur heeft zich met de daarin opgenomen
gedragslijn vereenigd. Ik verzoek U van een en ander een ver-
trouwelijk gebruik te maken.
                Tot het opstellen van een en ander is pas overgegaan,
nadat ons was gebleken, dat op dit terrein noch door het Be-
drijschap noch door den Vakgroep regelend was opgetreden.
                Wanneer het verzoek van de Wed. Helsloot op de door ons
opgestelde richtlijnen wordt getoetst, dan blijkt, dat zij in
geen enkel opzicht aan de gestelde voorwaarden voldoet. Helsloot
was op het tijdstip van zijn overlijden niet meer in de visch-
verdeeling opgenomen; sedert ongeveer een jaar werkte hij bij
een patroon en nam hij zijn toewijzingen niet in ontvangst. De
weduwe is nimmer in den vischhandel werkzaam geweest en zij zou
ook niet zelfstandig haar toewijzing willen gaan verkoopen; dit
zou zij willen doen door een minderjarigen zoon, die ook nimmer
in den vischhandel is werkzaam geweest.
                Hoewel de heer Lammers, destijds door ons over dit ge-
val gehoord, van oordeel was, dat de omstandigheden van de Weduwe
wel van zeer treurigen aard waren en dat hij persoonlijk gaarne
bereid zou zijn om eraan mede te werken, dat het gezin wordt ge-
holpen, moest hij echter toegeven, dat de antecedenten van de
Weduwe Helsloot zoodanig waren, dat de Centrale Erkenningscom-
missie zeer waarschijnlijk niet zou kunnen besluiten om haar een
erkenning als kleinhandelaarster in visch te verleenen.
                Op grond van het bovenstaande geef ik U ernstig in over-
weging Uw beslissing ter zake te herzien.

                                                        De Directeur,
                                                        wnd. In deze brief protesteert een waarnemend directeur (waarschijnlijk van een lokale distributiedienst) tegen een besluit van het landelijke Bedrijfschap voor Visscherijproducten. Het Bedrijfschap wilde blijkbaar een "vischtoewijzing" (een vergunning of quotum om vis te mogen verhandelen) overdragen aan de weduwe van een zekere de heer Helsloot.

De afzender voert drie hoofdkwalificaties aan waarom dit besluit herzien moet worden:
1. Vakkennis en ervaring: De overleden echtgenoot was al een jaar voor zijn dood niet meer actief in de vissector, en de weduwe heeft nooit in de branche gewerkt.
2. Bedrijfsvoering: De weduwe is niet van plan de handel zelf te drijven, maar wil dit overlaten aan haar minderjarige zoon, die eveneens onervaren is.
3. Regelgeving en precedenten: De afzender wijst op lokaal vastgestelde richtlijnen (goedgekeurd door het Gemeentebestuur) omdat hogere instanties zelf geen regels hadden opgesteld. Bovendien wordt gesuggereerd dat de "antecedenten" (het verleden) van de weduwe een officiële erkenning door de Centrale Erkenningscommissie onmogelijk maken, ondanks persoonlijke sympathie voor haar moeilijke financiële situatie. Dit document stamt uit augustus 1944, een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog, vlak voor Dolle Dinsdag. De Nederlandse economie was volledig onderworpen aan de Duitse bezettingsmacht via een systeem van corporatistische organen, zoals het hier genoemde Bedrijfschap voor Visscherijproducten.

In deze tijd van schaarste was voedseldistributie strikt gereguleerd. Een "vischtoewijzing" was van levensbelang voor ondernemers; het bepaalde of men legaal handel mocht drijven en dus inkomsten kon genereren. De brief toont de bureaucratische strijd tussen lokale instanties en de centrale, door de bezetter gecontroleerde bedrijfschappen. Ook de vermelding van "antecedenten" in 1944 kan in een politiek daglicht staan: het kon wijzen op een strafblad, maar ook op (gebrek aan) politieke betrouwbaarheid in de ogen van de toenmalige autoriteiten. De brief illustreert hoe, zelfs in oorlogstijd, de ambtelijke molens bleven draaien om de details van de voedselvoorziening en handelscertificaten. Bedrijfschap Vakgroep

Samenvatting

In deze brief protesteert een waarnemend directeur (waarschijnlijk van een lokale distributiedienst) tegen een besluit van het landelijke Bedrijfschap voor Visscherijproducten. Het Bedrijfschap wilde blijkbaar een "vischtoewijzing" (een vergunning of quotum om vis te mogen verhandelen) overdragen aan de weduwe van een zekere de heer Helsloot.

De afzender voert drie hoofdkwalificaties aan waarom dit besluit herzien moet worden:
1. Vakkennis en ervaring: De overleden echtgenoot was al een jaar voor zijn dood niet meer actief in de vissector, en de weduwe heeft nooit in de branche gewerkt.
2. Bedrijfsvoering: De weduwe is niet van plan de handel zelf te drijven, maar wil dit overlaten aan haar minderjarige zoon, die eveneens onervaren is.
3. Regelgeving en precedenten: De afzender wijst op lokaal vastgestelde richtlijnen (goedgekeurd door het Gemeentebestuur) omdat hogere instanties zelf geen regels hadden opgesteld. Bovendien wordt gesuggereerd dat de "antecedenten" (het verleden) van de weduwe een officiële erkenning door de Centrale Erkenningscommissie onmogelijk maken, ondanks persoonlijke sympathie voor haar moeilijke financiële situatie.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1944, een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog, vlak voor Dolle Dinsdag. De Nederlandse economie was volledig onderworpen aan de Duitse bezettingsmacht via een systeem van corporatistische organen, zoals het hier genoemde Bedrijfschap voor Visscherijproducten.

In deze tijd van schaarste was voedseldistributie strikt gereguleerd. Een "vischtoewijzing" was van levensbelang voor ondernemers; het bepaalde of men legaal handel mocht drijven en dus inkomsten kon genereren. De brief toont de bureaucratische strijd tussen lokale instanties en de centrale, door de bezetter gecontroleerde bedrijfschappen. Ook de vermelding van "antecedenten" in 1944 kan in een politiek daglicht staan: het kon wijzen op een strafblad, maar ook op (gebrek aan) politieke betrouwbaarheid in de ogen van de toenmalige autoriteiten. De brief illustreert hoe, zelfs in oorlogstijd, de ambtelijke molens bleven draaien om de details van de voedselvoorziening en handelscertificaten.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Bedrijfschap Vakgroep

Gerelateerde Documenten 6