Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 26 juli 1944. [Linksboven, getypt:]
46c/26/2M. VB/SV.
[Bovenaan midden/rechts, handgeschreven in blauw/paars:]
Verzonden 26/7
Insp.
Visschen
[Midden links, handgeschreven in blauw/paars:]
en voor kopie
V.H. [onleesbaar]
7
[Rechtsboven, getypt:]
26 Juli 1944.
[Body tekst, getypt:]
Mij is gerapporteerd, dat op 25 Juli
jl. Uw toewijzing visch, gezamenlijk met die
van nog drie andere kooplieden op één hand-
kar aan de markt Jan Evertsenstraat is aange-
voerd. Hierbij heeft U zich niet gehouden
aan het voorschrift, dat bij gezamenlijken
aanvoer, de verschillende toewijzingen ge-
scheiden moeten blijven en niet dooreen ver-
mengd mogen worden. Op grond hiervan is U
vanaf heden niet meer toegestaan Uw toewij-
zingen visch gezamenlijk met anderen op de
voor U bestemde verkoopplaats aan te voeren.
De Directeur,
[Onderaan, getypt:]
Gezonden aan:
H.G. Esteje, Cabralstraat 19 III
J. Braam, Lindengracht 234 III
J. Braam, W.J. Tuynstraat, Volendam
C. Brave, Fannius Scholtenstraat 19 hs Dit document is een officiële berisping of aanzegging van een strafmaatregel, uitgevaardigd door een directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een vergelijkbare instantie in Amsterdam).
Vier viskooplieden hebben op 25 juli 1944 de fout begaan om hun individuele toewijzingen vis gezamenlijk op één handkar naar de markt aan de Jan Evertsenstraat te vervoeren. Volgens de toen geldende voorschriften moesten deze partijen strikt gescheiden blijven. De straf is dat zij hun handelswaar vanaf dat moment niet meer gezamenlijk mogen aanvoeren.
De tekst bevat de typische ambtelijke spelling van die tijd (bijv. "visch", "gezamenlijken"). Opvallend is dat er twee personen met de naam J. Braam worden genoemd, een in Amsterdam en een in Volendam. De datum van de brief, 26 juli 1944, plaatst het document in de late fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en distributie van levensmiddelen.
Producten zoals vis waren onderworpen aan een strikt systeem van "toewijzingen". De overheid (vaak onder toezicht van de bezetter) controleerde de hele keten van aanvoer tot verkoop nauwgezet om zwarte handel te voorkomen en de distributie te beheersen. Het verbod op het mengen van partijen op één handkar diende waarschijnlijk om fraude of het verdoezelen van de exacte herkomst en hoeveelheid per koopman onmogelijk te maken. Zelfs kleine logistieke efficiëntie-keuzes van kleine ondernemers (zoals het delen van een handkar) werden in dit verstikkende bureaucratische klimaat bestraft.