Archiefdocument
Origineel
14 juli 1944. Centrale Markthallen, Amsterdam. [Linksboven]
INSPECTIE VOOR DE PRIJSBEHEERSCHING
AMSTERDAM
No. 4911
Dict. : B/Jo
Dossier no. 65045
Betreft : G. van Hilten
Uw schrijven van :
Bijlagen : 1
[Rechtsboven]
AMSTERDAM Z., 14 Juli 194 4.
EMMASTRAAT 35
TELEFOON 21433
POSTGIRO 408874
Gelieve in Uw antwoord: nummer, datum
en dossiernummer volledig te vermelden
[Midden, handgeschreven aantekeningen]
Gen. b. b.
Modelbriefje aan v. Hilten
n.v. Dir
bedrijfchef
[Hoofdtekst]
Hierdoor deel ik U mede, dat de groentenhandelaar, G. van Hilten,
Govert Flinckstraat 252 I, alhier, door mij gestraft werd met sluiting
van zijn bedrijf voor den tijd van 2 jaren, ingaande 8 Augustus a.s.
Ik verzoek U hem den toegang van Uw markt te willen ontzeggen en
er op te willen toezien, dat hem geen groenten meer wordt verstrekt.
[Rechtsonder]
DE INSPECTEUR VOOR
DE PRIJSBEHEERSCHING.
voor dezen:
[Handtekening]
[Stempels en voetnoten]
Paarse stempel links: N° 77/4/7 M. 1944 19/7
Centrale Markthallen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM.
Links onderaan (etiket/stempel): [sf] d - 12 - '42 (A) 31998 - K 983
Midden onderaan (handgeschreven): v. Hilten 77/4/7 a
Rechts onderaan: 77 Dit document is een officiële kennisgeving van de Inspectie voor de Prijsbeheersching aan de Centrale Markthallen in Amsterdam. De kern van de brief is de mededeling van een zware sanctie: de groentenhandelaar G. van Hilten krijgt een beroepsverbod (sluiting van het bedrijf) voor de duur van twee jaar, ingaande op 8 augustus 1944.
De inspectie verzoekt de directie van de Markthallen om actieve medewerking bij de handhaving van deze straf door de handelaar de toegang tot de markt te ontzeggen en de levering van goederen aan hem stop te zetten. De handgeschreven notities duiden op de administratieve verwerking binnen de Markthallen, waarbij de bedrijfschef op de hoogte werd gesteld. Het document dateert uit juli 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Inspectie voor de Prijsbeheersching was in deze periode een cruciaal orgaan. Vanwege de enorme schaarste aan voedsel en goederen probeerde de overheid (onder toezicht van de bezetter) de prijzen kunstmatig laag te houden en de distributie via het bonnenstelsel te controleren.
Handelaren die goederen boven de vastgestelde prijzen verkochten of op de zwarte markt handelden, pleegden een "economisch delict". De straffen hiervoor waren draconisch, zoals in dit geval een bedrijfssluiting van twee jaar. Voor een kleine ondernemer betekende dit vaak het einde van de zaak. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat vormden het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam; uitsluiting van deze plek maakte legale handel voor een groenteboer onmogelijk. G. van Hilten