Officiële kennisgeving/brief.
Origineel
Officiële kennisgeving/brief. 4 september 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). 77/4/12aM.
[Handgeschreven in blauwe inkt: onleesbaar, mogelijk paraaf e.p.]
SV
4 September 1944.
Den Heer A. Th. Pouw
Kastanjeweg 9,
Amsterdam-Noord.
==============
Hierbij deel ik U mede, dat mij door den Inspecteur voor de Prijsbeheersching is bericht, dat U wegens overtreding van de maximumprijzen is gestraft met sluiting van Uw bedrijf voor den tijd van 6 maanden, ingaande 1 October 1944.
Op grond van het bepaalde in artikel 35 lid 3 van het Reglement op de Centrale Markt wordt U gedurenden die sluiting geen toegang tot de Centrale Markt verleend.
De Directeur, De brief is een formele, administratieve mededeling van een bestraffing. De toon is zakelijk en dwingend. De tekst is opgesteld in de toen gangbare spelling (vóór de wijziging van 1947), wat te zien is aan woorden als "den", "mede" en "Prijsbeheersching".
Opvallend is de spelfout in de tweede alinea: "gedurenden" in plaats van "gedurende". De kern van de boodschap is dat de heer Pouw zich niet heeft gehouden aan de vastgestelde maximumprijzen. Als gevolg hiervan wordt zijn bedrijf voor een half jaar gesloten en mag hij de Centrale Markt niet meer op. Dit was een zware sanctie voor een handelaar, omdat de Centrale Markt de spil was van de voedseldistributie in Amsterdam. De datum van het document, 4 september 1944, is historisch zeer relevant. Dit is de dag direct voorafgaand aan "Dolle Dinsdag" (5 september 1944). Terwijl het geallieerde leger oprukte en de bevrijding nabij leek (Antwerpen was die dag bevrijd), draaide het bureaucratische apparaat van de bezetter en de gecontroleerde instellingen in Nederland nog op volle toeren.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er sprake van grote schaarste. Om prijsopdrijving en de zwarte markt tegen te gaan, stelde de overheid (onder toezicht van de Duitse bezetter) strikte maximumprijzen vast. De "Inspecteur voor de Prijsbeheersching" hield hier toezicht op. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was tijdens de bezetting een streng gecontroleerde plek waar de aanvoer en distributie van levensmiddelen plaatsvond. Een uitsluiting van zes maanden betekende in de praktijk het einde van de bedrijfsactiviteiten gedurende de laatste, zware oorlogsmaanden (de Hongerwinter).