Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 65
Dossier 39
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of fragment)

26 april 1939 (gegeven de "9" achter de datum en de context van de jaren '30) Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Centrale Markt)

Origineel

Getypte brief (doorslag of fragment) 26 april 1939 (gegeven de "9" achter de datum en de context van de jaren '30) De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Centrale Markt) 1 26 April 9
64/23/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

door hem op de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1936 ver-
schuldigd plaatsgeld tot een bedrag van f 90,- zulks op gronden
van billijkheid, krachtens artikel 10 van de Verordening op de
heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.

                                 De Directeur, De tekst lijkt een fragment of een korte kennisgeving van een besluit te zijn. Er wordt gerefeerd aan een bedrag van 90 gulden dat een (niet bij naam genoemde) persoon verschuldigd was als "plaatsgeld" op de Centrale Markt over het jaar 1936.

Het besluit om dit bedrag kwijt te schelden of aan te passen is gebaseerd op "gronden van billijkheid". Dit wijst op een coulanceregeling, waarbij de strikte wetgeving wordt gepasseerd omdat handhaving tot een onredelijke uitkomst zou leiden (bijvoorbeeld door armoede of bijzondere persoonlijke omstandigheden van de marktkoopman). Juridisch wordt hierbij verwezen naar Artikel 10 van de toen geldende "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam werd geopend in 1934 en was het centrale punt voor de groothandel in levensmiddelen. In de jaren '30, de tijd van de Grote Depressie, hadden veel marktkooplieden en handelaren het financieel zwaar. Het kwam regelmatig voor dat men achterliep met het betalen van staanplaatsgelden.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode verantwoordelijk voor het marktwezen. Het feit dat er in 1939 (indien de '9' daarvoor staat) nog wordt gecorrespondeerd over schulden uit 1936, duidt op een langdurige procedure of een stapeling van achterstanden die uiteindelijk in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werden afgehandeld. De directeur van het marktwezen rapporteerde hierover aan de verantwoordelijke wethouder.

Samenvatting

De tekst lijkt een fragment of een korte kennisgeving van een besluit te zijn. Er wordt gerefeerd aan een bedrag van 90 gulden dat een (niet bij naam genoemde) persoon verschuldigd was als "plaatsgeld" op de Centrale Markt over het jaar 1936.

Het besluit om dit bedrag kwijt te schelden of aan te passen is gebaseerd op "gronden van billijkheid". Dit wijst op een coulanceregeling, waarbij de strikte wetgeving wordt gepasseerd omdat handhaving tot een onredelijke uitkomst zou leiden (bijvoorbeeld door armoede of bijzondere persoonlijke omstandigheden van de marktkoopman). Juridisch wordt hierbij verwezen naar Artikel 10 van de toen geldende "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".

Historische Context

De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam werd geopend in 1934 en was het centrale punt voor de groothandel in levensmiddelen. In de jaren '30, de tijd van de Grote Depressie, hadden veel marktkooplieden en handelaren het financieel zwaar. Het kwam regelmatig voor dat men achterliep met het betalen van staanplaatsgelden.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode verantwoordelijk voor het marktwezen. Het feit dat er in 1939 (indien de '9' daarvoor staat) nog wordt gecorrespondeerd over schulden uit 1936, duidt op een langdurige procedure of een stapeling van achterstanden die uiteindelijk in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werden afgehandeld. De directeur van het marktwezen rapporteerde hierover aan de verantwoordelijke wethouder.

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6